Deskundigen kies je zelf

Dr. Clavan, deskundige (a.k.a. Kees van Kooten)
Dr. Clavan, deskundige (a.k.a. Kees van Kooten)

Hieronder een artikel van mij dat op 15 oktober verscheen in het Nederlands Dagblad. Het gaat over de manier waarop mensen de deskundigheid van deskundigen beoordelen. Wat bleek uit onderzoek van Dan Kahan? Mensen vinden vooral die personen ‘deskundig’ die hun eigen mening delen.

Het onderwerp is op zich al boeiend, Kahan betrekt het op zaken als de opwarming van de aarde, maar ik vond het ook interessant vanwege mijn betrokkenheid bij het geloof/wetenschap debat. Ook hier zie je dat deskundigen selectief worden gekozen.Wat Kahan laat zien, is dat er niet een ‘rationeel/irrationeel’ onderscheid is te maken. Hij vond dat in het hele politieke spectrum de neiging aanwezig was om deskundigen te zoeken die de eigen mening bevestigen.

Toegegeven, ik weet niet in hoeverre je deze resultaten kunt generaliseren naar de geloof/wetenschap, maar ik vind het wel leerzaam. Want ook daar zie je mensen schermen met Ken Ham of Richard Dawkins. Nuance ontbreekt veelal.

Zelf probeer ik niet in deze valkuil te stappen, door bijvoorbeeld ook meningen te lezen die niet zo goed passen bij mijn eigen overtuigingen. Dus naast een club als BioLogos volg ik ook Panda’s Thumb. En ik lees blogs van creationisten als Todd Wood of Paul Garner, en evolutionblog van Jason Rosenhouse.

Enfin. Lees het onderstaande maar eens. Voor mij als wetenschapscommuniator boeiende materie. (Zie ook dit artikel van Kahan in Nature, eerder dit jaar.) 

(deze tekst wijkt iets af van wat er in het ND staat, ik kan even niet bij de artikelen – de site is vernieuwd, net als de krant, en m’n toegangscode werkt niet meer…)

Deskundigen kies je zelf

Het drijft overheden en wetenschappers tot wanhoop: waarom lukt het maar niet om het grote publiek te overtuigen van de realiteit van bijvoorbeeld het broeikaseffect. De Amerikaanse jurist Dan Kahan lijkt een antwoord gevonden te hebben: we laten ons vooral overtuigen door wie onze eigen overtuiging deelt.

Door René Fransen

Bijna alle klimaatonderzoekers zijn er van overtuigd dat de aarde warmer wordt, en dat de mensheid verantwoordelijk is voor een belangrijk deel van die opwarming. Ze kunnen de effecten van broeikasgassen in hun modellen voorspellen, ze meten een stijging van de temperatuur, zien weerpatronen veranderen. En biologen merken dat trekvogels steeds vaker te laat aankomen in hun broedgebied om te profiteren van bijvoorbeeld de jaarlijkse piek in het aantal rupsen. Zelfs de Deense klimaatscepticus Bjorn Lomborg vindt nu dat er echt iets moet gebeuren aan de uitstoot van broeikasgassen.
En toch. Toch is buiten de wetenschap lang niet iedereen overtuigd dat de aarde opwarmt, of dat de mensheid daarvoor verantwoordelijk is. Dat zo’n beetje alle terzake deskundige wetenschappers dat wel vinden, wordt weggewuift met een verwijzing naar die enkeling die meent dat het allemaal wel meevalt met de opwarming.

De Amerikaanse jurist Dan Kahan besloot eens uit te zoeken hoe wetenschappers de mening van het grote publiek beïnvloeden. Kahan is hoogleraar aan de prestigieuze Yale Law School en houdt zich daar onder meer bezig met de inschatting van risico’s en bewijsvoering. Veel van zijn werk ligt op het snijvlak van juridische en sociale wetenschappen.
Hij besloot mensen te ondervragen over verschillende onderwerpen die de afgelopen jaren breed in de (Amerikaanse) media aan de orde waren geweest, waaronder klimaatopwarming, de opslag van kernafval en wetgeving die het dragen van verborgen handvuurwapens regelt.
Deelnemers aan zijn onderzoek kregen samenvattingen te lezen van fictieve boeken, geschreven door al even fictieve wetenschappers. Een korte beschrijving van deze wetenschappers liet zien dat ze zeer deskundig waren. Steeds waren er twee varianten van de samenvatting. Het ‘boek’ over bijvoorbeeld klimaatopwarming waarschuwde voor de grote gevaren, of betoogde juist dat het klimaat helemaal niet verandert. De proefpersonen in het onderzoek moesten aangeven, of ze de auteur een echte deskundige vonden.
De uitkomst was opvallend. Of iemand als deskundige werd gezien, bleek niet af te hangen van zijn wetenschappelijke status, maar van zijn mening. Proefpersonen die individualistisch ingesteld waren en zich verbonden voelden met handel en industrie vonden vooral een klimaatsceptische wetenschapper ‘deskundig’. De fictieve wetenschapper die waarschuwde voor klimaatverandering scoorde slecht bij deze groep. Mensen met een meer sociale instelling vonden juist deze laatste onderzoeker echt deskundig, en twijfelden aan de klimaatscepticus. De deelnemers aan het onderzoek waren vooraf in een bepaald cultureel profiel ingedeeld op basis van vragenlijsten.

Voor alle drie de onderzochte onderwerpen bleek dat mensen vooral die wetenschappers echt deskundig vonden die pasten bij hun eigen achtergrond. Wat de wetenschappelijke consensus was, telde nauwelijks mee. “Op alle drie de onderwerpen in het onderzoek heeft de National Academy of Sciences vastgesteld dat er een wetenschappelijke consensus is”, vertelt Kahan in een toelichting op zijn resultaten. “Maar geen van de culturele groepen in onze studie bleek beter in staat dan de rest om die consensus juist in te schatten. Het is dus niet zo dat bepaalde groepen in wetenschap geloven terwijl andere groepen juist sceptisch staan tegenover de wetenschap.”
Die conclusie is belangrijk voor maatschappelijke debatten. Wanneer er discussie is over bijvoorbeeld nut en noodzaak van inenting tegen baarmoederhalskanker, is de standaard reactie van de overheid: meer en betere voorlichting geven. Immers, de Gezondheidsraad en allerlei betrokken instanties vinden de inenting een goed idee. Maar dat zal de twijfelaars vermoedelijk niet over de streep trekken.
“Het probleem wordt niet opgelost door pogingen om het vertrouwen in de wetenschap te vergroten, of door meer aandacht te besteden aan wat de wetenschappelijke consensus is”, zegt Kahan. Wat is dan wel de oplossing? “Het zoeken naar strategieën die voorkomen dat burgers met verschillende achtergronden het gevoel krijgen dat wetenschappelijke bevindingen hun culturele overtuigingen aanvallen.”

Dat lijkt overigens een moeilijke opgave. De drastische maatregelen die volgens experts nodig zijn om klimaatopwarming tegen te gaan zullen altijd indruisen tegen de wensen en gevoelens van een puur individualistsiche burger – zeker wanneer die burger in het Westen woont, terwijl de opwarming van de aarde vooral gevolgen heeft voor landen als Bangladesh, of delen van Afrika.
“Met alleen cijfertjes kom je er dan niet”, weet Sabine Roeser, techniekfilosoof aan de TU Delft,  en binnenkort bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Twente. Zij bracht vorige week het boek ‘Emotions and Risky Technologies’ uit, waar Dan Kahan een hoofdstuk voor schreef. “Uit onderzoek van Kahan en anderen blijkt dat mensen moeite hebben met het inschatten van risico’s.”
Roeser denkt dat de oplossing niet ligt in meer informatie, maar in meer emotie. Het probleem moet een gezicht krijgen. “In de discussie over de inenting tegen baarmoederhalskanker zag je een dialoog tussen doven ontstaan. De experts zeiden dat het veilig was, maar de burgers hadden geruchten gehoord dat kinderen dood konden gaan aan de vaccinatie.” De experts zouden die angst serieus moeten nemen. “Ga er op in, en maak duidelijk dat de kans op baarmoederhalskanker veel groter is. En heb het vooral over waaróm dat vaccin nuttig is. Bijvoorbeeld met een filmpje van een vrouw die vertelt over wat het is om baarmoederhalskanker te hebben.”
Voor een abstracter probleem als klimaatverandering kan dat ook helpen. “De meeste mensen weten inmiddels wel dat er iets aan de hand is met het klimaat. Maar ze zijn niet emotioneel bewogen, de cijfers laten hen onberoerd. Daarom moet je ze aanspreken op de morele kant: dat wij de vruchten plukken van het energiegebruik, terwijl de gevolgen vooral voor de generatie na ons zijn, en voor mensen ver weg.” Bijkomend voordeel is volgens Roeser dat emoties sterk genoeg zijn om mensen aan te zetten tot gedragsverandering.
Kahan zocht in zijn onderzoek de oplossing in het manipuleren van de boodschappers. Door een wetenschapper in keurig pak te laten verklaren dat klimaatopwarming een echt probleem was, raakten ook meer conservatieve proefpersonen overtuigd. “Maar dat gaat te ver om echt in de praktijk te gebruiken”, vindt Roeser. Al erkent ze dat ook een beroep op emotie een manipulatief  kan zijn. “Dat laat zien hoe lastig het is een open debat over dit soort onderwerpen te voeren. Toch denk ik dat het mogelijk is, en dat door zo’n beroep te doen op de morele kant van een kwestie als klimaatverandering de kloof tussen experts en burgers verkleind kan worden. Uit onderzoek van de Amerikaanse psycholoog Paul Slovic blijkt dat leken in hun nadenken over risico’s morele aspecten een rol laten spelen die ook door filosofen belangrijk worden geacht, maar die in conventionele, puur kwantitatieve risicobenaderingen buiten beschouwing blijven. Leken voegen dus met hun morele emoties een belangrijke dimensie toe aan het risicodebat.”

Please follow and like:

5 gedachten over “Deskundigen kies je zelf”

  1. René,

    Uiterst relevant onderzoek, dat moet ik toegeven. Toch is het verre van nieuw. Psychologen weten al jaren dat dit zo werkt en je komt dit ook veel tegen in de momenteel verschijnende populair-wetenschappelijke psychologische literatuur. Met name Leon Festingers onderzoek naar cognitieve dissonantie (waarmee hij in de jaren ’60 furore maakte) heeft veel raakvlakken met deze bevindingen. Dus leuk, maar absoluut niet nieuw.

    Ik ben overigens van mening dat dit soort onderzoek bij uitstek de psychologische dynamiek verklaart van de discussies t.a.v. creationisme/evolutie en geloof/atheïsme. Dit is ook de reden waarom ik heel vrijwel altijd de termen “rationeel” en “irrationeel” vermijdt, omdat ik weet dat argumenten of redenen die voor de een rationeel zijn, dit voor de ander niet zijn. (Overigens heeft ook de postmoderne filosofie, en de wetenschapsfilosofie van Feyerabend al duidelijk gemaakt dat “de” rationaliteit, zoals die in de Verlichtingsfilosofie nog centraal stond, een illusie is.)

    Wat me uit je ND-artikel niet duidelijk wordt, is waarom juist nu dit artikel verschijnt. Wat was de aanleiding? Waarom is dit juist nu nieuwswaardig?

  2. De aanleiding was een recente publicatie van Kahan, ik heb de link in het stuk hierboven toegevoegd. En toen ik daar wat verder op doorzocht, ontdekte ik de samenwerking met Sabine Roeser, dus heb ik die nog even geïnterviewd om het stuk wat levendiger en ‘Nederlandser’ te maken…

  3. Taede,
    het onderzoek is belangwekkend, en is wel nieuw. Het heeft niet direct met cognitieve dissonantie te maken, maar met deskundigheid. Je zou verwachten dat itt een mening of conclusie de deskundigheid van een persoon tamelijk objectief is vast te stellen: werkt hij aan een universiteit of overheidsinstelling, is hij gepromoveerd op het onderwerp waarover hij een mening heeft, etc. Het is schokkend dat zo iets als deskundigheid verwart wordt met mening.

    Rene,
    ik heb op mijn verlanglijstje een soortgelijk boek staan:
    Merchants of Doubt: How a Handful of Scientists Obscured the Truth on Issues from Tobacco Smoke to Global Warming
    by Naomi Oreskes

    PS ik kreeg een paar keer: connection to server failed, en kon mijn verhaal opnieuw in typen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.