Fair Science – twee reacties

made-by-godZowel een ingezonden stuk in het Reformatorisch Dagblad als een blog van Paul Delfgauw gaan in op het fenomeen ‘Fair Science’ dat momenteel vanuit de stichting Oude Wereld wordt gepropageerd. Delfgauw trekt een interessante conclusie. Als er alleen meningen bestaan en niet echte waarheden, kan God ook geen waarheid zijn. Een filosofische valkuil voor de houding van creationisten, die steeds benadrukken dat je feiten op verschillende manieren kunt interpreteren.

In het RD een stuk van een hoogleraar klinische pathologie van het UMC St. Radboud. Hij stelt ‘Fair Scíence’ gelijk aan alternatieve geneeswijzen. Je mag daar best over praten, maar uiteindelijk gaat het om de vraag of een interpretatie ook werkt.

Dat is denk ik belangrijk. Natuurlijk, wetenschappers interpreteren feiten. Creationisten doen dat ook. Maar daarmee is de interpretatie van beide groepen niet gelijkwaardig. Het gaat er namelijk om welke interpretatie het best past bij de feiten. En dan heeft het jonge aarde creationisme gewoon erg slechte papieren. Dat is iets wat ik ook in m’n boek laat zien. Of het nu gaat om de leeftijd van de aarde, het fossielen archief of DNA-volgordes van soorten, er is gewoon ontzettend veel dat wijst op een oud universum, een oude aarde en een evolutionaire ontwikkeling van het leven. (Al is niet iedereen het daar mee eens…)

Wat stichting Oude Wereld doet grenst aan het postmodernisme: alles is een sociale constructie. Maar het postmodernisme (hoewel het zeker verfrissende kanten had) is uiteindelijk een doodlopende weg, zeker voor christenen.

Please follow and like:

35 gedachten over “Fair Science – twee reacties”

  1. Twee interessante punten bij het Reformatorisch dagblad:
    1 Het ingezonden stuk van een hoogleraar bij de Radboud Universiteit is geplaatst.
    2 Het verslag van de dag van de stichting Apologica stond onder Kerknieuws.

    In the verslag van de studiedag staat dat een student uit Wageningen beweerde dat :
    … het hoge percentage van ‘slechte’ mutaties in het menselijk DNA. Bij natuurlijke selectie zou de mens, in plaats van een ontwikkeling naar hoger plan, snel degenereren
    Evolutie heeft niet te maken met ontwikkeling naar een hoger plan, en het is onmogelijk om te degenereren door natuurlijke selectie.
    Wat erger is, in Wageningen moet de mogelijkheid bestaan om te weten te komen wat evolutie inhoudt. dat een student van deze mogelijkheid duidelijk geen gebruik maakt is in tegenspraak met elk idee van studie.

  2. Dat is een behoorlijke negatieve review van je boek, heb je daar ooit een reactie op gegeven?

  3. Ik heb Ruben wel eens ontmoet en met ‘m gediscussieerd over schepping/evolutie, maar ik heb niet richting RD gereageerd op de recensie. Dat vind ik niet gepast.

  4. @Gerdien
    “Evolutie heeft niet te maken met ontwikkeling naar een hoger plan, en het is onmogelijk om te degenereren door natuurlijke selectie.”

    Is mij niet duidelijk.

    In het essay “The Spandrels of San Marco and the Panglossian Paradigm: A Critique of the Adaptationist Programme” van Gould en Lewontin wordt het voorbeeld van de kleine voorpootjes gegeven van bijv de Tyrannosaurus .
    Hierbij wordt opgemerkt dat dit misschien wel niet optimaal was . Je zou mischien ook kunnen zeggen dat ze gedegenereerd waren ondanks natuurlijke selectie?

  5. In het RD staat dat door slechte mutaties en natuurlijke selectie de mens zou degenereren. Dat is onmogelijk. Als het zou gaan om slechte mutaties, dan zou natuurlijke selectie die verwijderen.

    @Andre
    “Evolutie heeft niet te maken met ontwikkeling naar een hoger plan, en het is onmogelijk om te degenereren door natuurlijke selectie.”
    Is mij niet duidelijk.

    Twee punten eigenlijk.
    1 Evolutie heeft niet te maken met ontwikkeling naar een hoger plan
    2 Degenereren door natuurlijke selectie: het punt is dat mutaties die tot lagere fitness leiden niet onder natuurlijke selectie in de populatie (mits niet uitzonderlijk klein) aanwezig blijven. Als je degeneratie niet uit biologisch oogpunt (lagere fitness binnen dezelfde populatie) maar uit ons idee van leuk beest wilt definieren, dan krijg je degeneratie genoeg: bijvoorbeeld alle parasieten met vrijlevende voorouders. Zie de Pentastomida http://nl.wikipedia.org/wiki/Pentastomida
    of Sacculina http://en.wikipedia.org/wiki/Sacculina.

    Wat de opmerkingen over Tyrannosaurus in Spandrels betreft, Gould & Lewontin zeggen dat As such, we do not need an explicitly adaptive explanation for the reduction itself. It is likely to be a developmental correlate of allometric fields for relative increase in head and hindlimb size. Met andere woorden, we moeten onderzoek doen naar hoe ontwikkeling werkt, naar het allometric field, niet de pootjes als op zichzelf staand kenmerk beschouwen. Gould & Lewontin geven een verwijzing naar Lande 1978, waarin deze allometry over poten en vingers verder beschreven wordt, en een een begin gemaakt wordt met een selectie model voor allometry. Lande 1979 werkte verder aan hoe selectie op allometry werkt, nu standaard kost (1085 maal geciteerd (wat erg veel is voor een theoretisch evolutiebiologie artikel).
    De pootjes waren dus niet klein geworden ondanks natuurlijke selectie, maar omdat natuurlijke selectie in T. rex voorouders ten gunste van een bepaalde ontwikkelingsregel had gewerkt. Het is dan moeilijk zo’n regel te doorbreken – ook als die pootjes in feite groter makkelijke voor T. rex waren geweest. Dit is wat G&L zeggen. Het is ook al weer 30 jaar geleden.

  6. Ik vraag me af waar die interesse voor apologetiek bij het RD van de afgelopen jaren zo vandaan komt. Apologetiek speelt eigenlijk geen rol in de reformatorische traditie omdat de mens door zijn verdorvenheid nooit met redelijke argumentatie tot inkeer kan worden gebracht (de rede zelf is aangetast). Zo bezien is de hang naar apologetiek toch een aardige indicatie dat reformatorischen ook niet zo zeker meer zijn van hun geloof.

  7. @druijf
    Dat is een treffende observatie. De reformatorische wereld heeft zich de laatste decennia sterk laten beïnvloeden door Amerikaans-evangelische gedachten; en tegelijk blijkt het toch moeilijk te zijn om in een global village je eigen kring af te sluiten van de buitenwereld.

  8. “en tegelijk blijkt het toch moeilijk te zijn om in een global village je eigen kring af te sluiten van de buitenwereld.”

    Wat mij eigenlijk alleen maar goed lijkt …

  9. Bij de Stichting De Oude Wereld is alle publiciteit goede publiciteit, en een gelegenheid hun verhaal weer eens uit te rollen.
    Het vervelende bij de Stichting de Oude Wereld is dat niemand zo te zien ooit een biologieboek gelezen heeft. Ik heb in de comments op dit blog ergens aan Kees-Jan (van Dam, neem ik aan) gevraagd welke boeken anders dan dat van Junker & Scherer hij over evolutie gelezen had: nooit antwoord op gekregen.

    Bij de punten die van Dam noemt (de biologische dan) gaat alleen al de formulering fout. ‘Overgangsvormen’ ‘macroevolutie’ ‘genetische modules’ – waar heeft Van Dam het eigenlijk over?

    – Overgangsvormen tussen groepen diersoorten ontbreken in het fossielenbestand terwijl het ervan zou moeten wemelen. Er is geen bewijs voor zogenaamde gemeenschappelijke voorouders.
    Wat zijn Pakicetus, Eosimias, Miacis, Morganocodon, Eomaia, en het hele verdere fossielenbestand?

    – Een mechanisme voor het ontstaan van nieuwe genetische modules (macro-evolutie; van eencellige naar uiteindelijk de mens) is onbekend.
    Ik weet niet zeker of het ontstaan van nieuwe ‘genetische modules’ hetzelfde is als macroevolutie, maar genoomduplicatie, genduplicatie etc bestaan.

    – Micro-evolutie (waarnaar altijd naar verwezen wordt als bewijs voor macro-evolutie) is variatie op bestaande genetische modules, en dus van wezenlijk andere orde. Wat we in werkelijkheid zien is degeneratie van DNA.
    Microevolutie is geen degeneratie van het DNA.

    Ik heb tot nu toe trouwens wel aandacht voor de Stichting De Oude Wereld in het Reformatorisch Dagblad gezien, maar geen boekbesprekingen van Junker & Scherer of Peter Borger. Heb ik die over het hoofd gezien? Heeft iemand de internetreferentie daarvoor?

  10. Voor de luie volgers, de brief staat hier. En nee, Borger is niet gerecenseerd in het RD. Het evolutie-leerboek weet ik zo even niet. Geen echte recensie, geloof ik.

  11. Toch zijn er 2 punten in het verhaal, waar ik toch ook van denk: hoe kan dat?
    Ten eerste: geen sporen van gekrioel tussen aardlagen? Zijn dan toch al die lagen steeds plotseling gekomen, door verschillende rampen?

    Het kleinste meercellige diertje-raderdiertje?- heeft al tientallen cellen. Waarom zijn er geen twee- of drie enz-celligen te vinden in aardlagen- in ieder geval nog nooit van gehoord.

  12. Geen gekrioel tussen aardlagen is iets dat ik niet begrijp, niet zozeer omdat ik geen geoloog ben, maar omdat ik de achterliggende redenering niet snap. Waarom zou een geoloog gekrioel tussen aardlagen vinden? Regenwormen?
    Aardlagen ontstaan (hier spreekt een niet-geoloog) doordat het afzettingspatroon verandert: land gaat langzaam omhoog onder invloed van platentektoniek, en zeebodem komt droog te staan en erosie komt op gang. Plek daalt weer langzaam, en nieuw zeesediment (kalk of klei of zand) komt langzaam over het afgesleten vaste oppervlak. Een zandstorm legt een metersdikke laag over bestaand oppervlak (er blijft weinig krioelen, maar er is wel een door een zandstorm bedolven fossiele Oviraptor). Dat zand klinkt in en over dat ingeklonken zand komt loess of ander zand. De kalkrotsen van Dover bestaan uit miljarden kleine kalkskeletjes, opgeheven via platentektoniek. Sommige locale afzettingen wijzen op plotselinge zaken: zandstorm, ineenzakken van een zeewand, andere, als de krijtrotsen, ontstaan heel langzaam.

    Het kleinste meercellige diertje (Vestimentifera of zo) is niet het meest basale: het meest basale beest is Trichoplax adhaerens. Beesten zijn per definitie meercellig. Een beest zonder skelet kan alleen fossiliseren onder heel afwijkende omstandigheden. Er zijn eencelligen fossiel bekend, vanaf 2.2 miljard jaar. Kijk eens op http://www.ucl.ac.uk/GeolSci/micropal/acritarch.html
    of http://en.wikipedia.org/wiki/Acritarch.

  13. Vervolg:
    De zustergroep van de meercellige beesten zijn de choanoflagellaten (
    http://nl.wikipedia.org/wiki/Choanoflagellata)
    dat niet veel geeft maar wel een doorklik naar een goede figuur.
    Choanoflagellaten zijn eencellig, soms kolonievormend. De kraagcellen van de sponzen lijken veel op choanoflagellaten. Choanoflagellaten fossiliseren niet, evenmin als planctonische larven.

    De nederlandse wikipedia geeft niet veel, de engelse meer:
    http://www.ucmp.berkeley.edu/protista/choanos.html
    http://en.wikipedia.org/wiki/Choanoflagellate.
    http://paleobiology.si.edu/geotime/main/htmlversion/proterozoic3.html

  14. @Gerdien,
    Als ik één en ander goed begrepen heb, zijn choanoflagellaten die kolonies vormden een laatste stadium van waaruit meercelligen zijn ontstaan. Dus in een kolonie van eencelligen werden de afzonderlijke individuën volgens de evolutie zo sterk met elkaar verbonden dat het één lichaam werd en het eerste “beestje” ontstond? Zo zou dan Trichoplax adhaerens als één van de eerste meercelligen zijn ontstaan en zou het feit dat, als de cellen van elkaar worden losgemaakt, ze toch weer vasthechten -zelfs met cellen van een ander exemplaar- nog herinneren aan hun verleden als eencelligen? Wat haalt de natuur toch wonderlijke grappen uit! Als je dat soort dingen leest, zie je dat niets te gek is in de natuur. Bombardeerkevers, insectenspuugvissen, honingvatmieren, vogels die andere vogels ondersteboven uitschudden, heremietkreeften, wurgbomen en insecten imiterende orchideëen, je kunt het nauwelijks zelf bedenken!
    Vandaar dat er ook zichzelf de ruimte inschietende wezens bestaan, mensen genaamd, misschien wel de raarste van alle soorten.
    Waar ik niet in kan komen is, hoe een aantal eencelligen “op het idee komt” om een kolonie te vormen en hoe zo’n kolonie eencelligen “het besluit” neemt een federatie te vormen binnen een lichaam en zichzelf tot “beestje” uit te roepen. Dan moet er toch eerst een overkoepelende organiserende en intercellulaire communicatie ontstaan? Waar komt die vandaan?
    Wat je vertelde over sedimenten was erg duidelijk. Er kunnen dan inderdaad geen sporen van gekrioel ontstaan tussen lagen. Misschien wist van Dam (net zo als ik) niet dat het er volgens de geologie zo toeging met de afzetting van lagen?
    Nog even over de een- en meercelligen: er hebben dus waarschijnlijk nooit twee- en driecelligen enz. bestaan, slechts uit kolonies gevormde meercelligen?

  15. @Jaap
    Je staat inderdaad versteld van wat er allemaal is. Deze ook, had ik nooit van gehoord: http://whyevolutionistrue.wordpress.com/2011/05/05/the-bizarre-origin-of-the-treehopper-helmet/

    Trichoplax adhaerens lijkt een heel vroege ontwikkelingsgraad te vertegenwoordigen, maar de sponzen zitten er waarschijnlijk voor. Het zijn de sponzen die die zelfde kraagcellen als de choanoflagellaten hebben. Meer dan Engelse wikipedia weet ik niet over Trichoplax, dwz, dat het beestje de laatste 10 jaar of zo van obscuur interessant werd.
    Meercelligheid via kolonie van eencelligen, ja, niet via de twee, drie route. Meercelligheid is vijf keer ontstaan, (beesten, schimmels, groene planten / wieren, roodweiren, bruinwieren) dus zo makkelijk lijkt het ook niet.

    Waar ik niet in kan komen is, hoe een aantal eencelligen “op het idee komt” om een kolonie te vormen en hoe zo’n kolonie eencelligen “het besluit” neemt een federatie te vormen binnen een lichaam en zichzelf tot “beestje” uit te roepen. Dan moet er toch eerst een overkoepelende organiserende en intercellulaire communicatie ontstaan? Waar komt die vandaan?
    Er is iets over die intercellulaire communicatie bekend, bij choanoflagellaten, en het is ouder dan meercelligheid. Ik heb er aantekeningen over van een paar jaar geleden, en ik ga die na update in het derde macroevolutie stuk voor Sterrenstof verwerken. Dat wil zeker niet zeggen dat alles over die overgang naar meercelligheid bekend is.

  16. [ onheuse aanhef door moderator geschrapt ]
    Ik als anti-Darwinist, begrijp meteen wat deze student bedoelt. Ik zal het daarom even uitleggen.

    Het genoom staat voortdurend bloot aan mutaties. Kleine genetische veranderingen, puntmutaties, deleties, inserties, translocaties, etc. Deze worden door de Darwinisten als neutraal gezien, maar in werkelijkheid zijn ze zwak negatief. Ze hopen op in het genoom. Het zijn er ongeveer 1000 per nieuw geboren individu. Omdat ze zwak negatief zijn, worden ze niet opgemerkt door natuurlijke selectie en ze accumuleren. Steeds meer. Want wat is eigenlijk de rol van de god der Darwinisten, natuurlijke selectie? Het conserveren van de informatie die in het genoom aanwezig is. Conserveren! Het netto effect van 1000 licht negatieve mutaties en af een toe eentje die een reproductief voordeel geeft (een fitness toename bewerkstelligt zeggen de Darwinisten) is een verval van reeds aanwezige genetische informatie. Dat kan selectie niet tegenhouden en een genomic meltdown is verzekerd. Dit is wat de student bedoelt.

    Ik raad mevrouw de Jong aan kennis te nemen van het boek Genetic Entropy van John Sanford. Als ze dat reeds heeft gedaan, dan ben ik heel benieuwd naar haar kritieken op dat boek.
    pb

  17. Een heel interessante link, Gerdien Wat een schattige diertjes! Gelukkig voor Erik Pinksterblom uit het klein insectenboek, dat hij ze niet tegengekomen is in “Wollewei” , anders was hij vast uit het schilderij gevallen van de schrik. Bomans had zeker ook nooit van treehoppers gehoord. Maar waarom zou een potentiele ontwikkelingsmogelijkeid, na 250 miljoen jaar onderdrukt te zijn, zich in latere tijden niet meer laten ringeloren door dat onderdrukkende gen? Zijn er verder in de natuur voorbeelden van genen die zich niet meer laten onderdrukken en tot expressie komen, of van genen die hun onderdrukkende kracht verloren hebben? Is dat een algemeen verschijnsel in de biologie?

  18. Pluri, hopeloos.
    Stel even voor de argumentatie dat er 1000 licht schadelijke mutaties per genoom per nieuw individu zijn. Dat licht schadelijk is per mutatie.
    1Wat doen die mutatie samen? Fitness verandering opte

  19. Pluri, hopeloos.
    Stel even voor de argumentatie dat er 1000 licht schadelijke mutaties per genoom per nieuw individu zijn. Dat licht schadelijk is per mutatie? Hoe heb je dat gemeten? Is het niet volledig theorie? Hoe wil je van 1000 nieuwe mutaties per individu het fitness effect meten?
    Wat doen die mutaties samen? Fitness is over het hele individu. Moet het fitness effect van die 1000 mutatie opgeteld, vermenigvuldigd, of is het een verzadigingscurve? Optellen van fitnessverlaging: fitness wordt 1-1000s. Vermenigvuldigen: (1-s)^1000.
    En, elk vorig individu had ook al 1000 nieuwe mutaties die niet verdwenen zijn want volgens pluri krijgt selectie geen vat per mutatie. Dus oude en nieuwe mutaties samen, allemaal beetje nadelig, en nooit interactie in fitness volgens pluri.

  20. @Jaap,
    Ik kan zo gauw niet iets leuks bedenken, maar bijna alles komt wel een keer voor.

  21. De theorie was dat ze neutraal zouden zijn, weet u nog? Maar nu we de additionele codes en functies in het genoom leren lezen kunnen ze niet neutraal zijn. Je kon ze tot voor kort alleen niet meten in functioneel genomics experimenten, maar nu wel…

    De theorie eist dat 98% van het genoom junk is, weet u nog? Maar nu we de genomen leren kennen, weten we dat het geen junk is.

    De theorie is bijna 100 jaar oud en hopeloos gebaseerd op Darwinistische ignorantie en foute aannames.

    Elke generatie worden er opnieuw 1000 willekeurige mutaties aan de biologische informatie toegevoegd. Hoe meer info we ontdekken in het genoom hoe beroerder het er voor de Darwinisten voor staat. Stel er worden elke nieuwe druk van een survival-kit-boek 1000 willekeurige veranderingen aangebracht. De eerste 1000 zullen nog bijna niet opvallen. Maar na een groot aantal generaties is het boek onbruikbaar geworden en staat vol foute informatie. Voor een survival kit is het dodelijk…

    Je moet truncated selection invoeren om de boel te redden (en dat is dan ook al gedaan). Maar dat redt de rest van de populatie niet, want ook die bevat reeds sinds mensenheugenis deze accumulatie van willekeurige (niet weg te selecteren mutaties).

    Sanford legt keurig uit hoe en waarom er een genomic meltdown optreedt en geen Darwinistische evolutie. En u krijgt er alle mathematica als toegift.

    Op mijn blog hoorde ik van iemand dat mevrouw de Jong iets zou hebben geschreven dat interessant zou zijn…NOT!

    Waarom heeft mevrouwe de Jong nergens hert boek van geneticus Sanford besproken? Waarom Korthof niet? Waarom wordt Sanford genegeerd?

    Omdat Sanford de Darwinstische evologie exposeert als volkomen uit de duim gezogen lariekoek.

    Het is tijd voor een nieuwe generatie biologen die dat durft te zeggen. Het is tijd voor GUToB.

    Dat er christenen achter Darwins onzin aanhobbelen is volstrekt onbegrijpelijk. Er zijn veel betere evolutietheorieën dan Darwins “survival of the fittest” (hetgeen een economisch principe is, alsmede een mensonwaardige en antichristelijke leer).

    Lees het “evolutionary manifesto” van John A Davison…dan vallen de schellen van uw ogen.

    pb

  22. [ onheuse aanhef door moderator geschrapt ]

    waart Fransen op doelt is dat ik in de aanhef zei dat je wel moet willen lezen en begrijpen. Je kunt ook net doen alsof je het niet wilt begrijpen. Maar als Dr in de populatiegenetica is mevrouw de Jong best in staat te begrijpen wat de student bedoelde. Ik begreep het namelijk meteen.

    Als we dat onheus noemen, hoe noemen we dan onwaarheden vertellen in de krant? Liegen?

    —————

  23. Pluri, lees je eigen tekst eens.
    17 mei Het zijn er ongeveer 1000 per nieuw geboren individu.
    19 mei Elke generatie worden er opnieuw 1000 willekeurige mutaties aan de biologische informatie toegevoegd.

    Dus je weet niet of het om 1000*7^9 mutaties gaat of om 1000 mutaties?
    En is mutaties aan de biologische informatie toevoegen degeneratie? – gezien dat ‘toevoegen’ aan biologische informatie komt er iets bij.

  24. @Gerdien
    (reactie op 12mei)
    Pentastomide is inderdaad ook een mooi voorbeeld
    Op wiki staat over de Pentastomida “gedegenereerde morfologie”
    Dat is precies wat ik bedoel.

    Als dieren hun niche gevonden hebben , kunnen ze mogelijk volstaan met die eigenschappen vasthouden (of mogelijk nog wat verbeteren )die essentieel zijn voor die niche. Andere eigenschappen kunnen dan degenereren .
    Als je alleen maar zeehonden eet dan zou het kunnen zijn dat je op een gegeven moment een lactose of spinazie intolerantie ontwikkelt omdat die genen niet meer werken.

    De vraag die naar boven komt is of degeneratie het dan uiteindelijk niet wint .

    Het opvallende punt in het stuk van Gould en Lewontin is volgens mij dat ze de vloer aanveegden met de de adaptionistische gedachtegang. Niet zozeer hun verwijzing naar een mogelijke oplossing zoals Russel Lande voorstelde.
    Het zou kunnen zijn dat een mengsel van pleiotropy allometry een snufje Hox genen en wat natuurlijke selectie een goede verklaring vormt voor de merkwaardig vormen ,zoals de kleine pootjes van Tyranosaurus.
    Maar in mijn beleving maakt dat het evolutionaire proces een stuk moeilijker te doorgronden en staat het behoorlijk ver af van de adaptionistische “verhalen” van de middelbare school waarmee Darwins ideeen naar binnen werden gegoten.

    In eerste instantie kwam ik de “spandrels” tegen in “Darwins dangerous idea” . Een paar jaar later (meer dan 20 jaar na publicatie) heb ik het artikel uiteindelijk gelezen. Over tragiek gesproken .

  25. @Andre
    Maar in mijn beleving maakt dat het evolutionaire proces een stuk moeilijker te doorgronden en staat het behoorlijk ver af van de adaptionistische “verhalen” van de middelbare school waarmee Darwins ideeen naar binnen werden gegoten.

    Beide zullen waar zijn. De natuur is helemaal niet rechttoe rechtaan. Het eerste punt laat zien wat het verschil is tussen evolutie (zo warrig als wat) en ‘scala naturae’ – de mars naar hogere ontwikkeling (zie wikepedia) – die bij creationisten voor evolutie wordt aangezien. Ik kwam dit weer eens tegen in het boek van Junker & Scherer en in leuk RD verhaal (http://www.refdag.nl/boeken/interviews/q_j_dorst_geinspireerd_door_vindingrijke_holenkinderen_1_546959).

    De middelbare school … wat ze je daar vertellen …
    Ik zag het aan eerste en tweedejaars tentamens over selectie en adaptatie. We gaven de studenten een nette omschrijving van selectie en adaptatie op college en werkcollege. Die vroeg ik dan terug, met een voorbeeld voor toepassing. Dan kwam er de grootste kul, van het soort ‘selectie zorgt er wel voor dat alles klopt’, ‘alle beesten zijn perfect aangepast’ ‘selectie doet dat wel’ – geen flauw benul van selectie of adaptatie. Heel lastig flauwekul van de middelbare school uit hun hoofden te krijgen. Jammer genoeg lijkt het er niet op dat daar met het nieuwe programma veel verandering in komt. Weer selectie in het programma, weer geen paleontologie: dus weer geen basis, en voluit ruimte voor losse praat.

    Als je alleen maar zeehonden eet dan zou het kunnen zijn dat je op een gegeven moment een lactose of spinazie intolerantie ontwikkelt omdat die genen niet meer werken.
    Ja natuurlijk: net zoals wij (als primaten) geen vitamine C meer kunnen maken, omdat het overvloedig in primatenvoer zit; net zoals katten geen zoet kunnen proeven.
    Lactose intolerantie in volwassenen is de standaard, lactose tolerantie komt alleen voor bij veehoudende volken die melk drinken.

    De vraag die naar boven komt is of degeneratie het dan uiteindelijk niet wint
    Een niet leuk, nou ja gedegenereerd, fenotype als Sacculina is een parasiet, en afhankelijk van het bestaan van een gastheren. Duidelijk wint ‘degeneratie’ het niet algemeen: wat zitten al die leuke beesten te doen?

    Gould & Lewontin zijn in zoverre achterhaald dat binnen de evolutiebiologie bij de studie naar selectie adaptatie en selectie uit studie van gedrag, oecologie, fysiologie etc moeten volgen. Maar Rene geeft in volgende post in de verwijzing naar de UK een goed voorbeeld van bla. Bij gedrag, vooral menselijk gedrag, en bij evolutionaire psychologie kun je hopen kul vinden, van het adaptionistische verhalen soort.

  26. @Andre
    Als dieren hun niche gevonden hebben , kunnen ze mogelijk volstaan met die eigenschappen vasthouden (of mogelijk nog wat verbeteren )die essentieel zijn voor die niche. …..De vraag die naar boven komt is of degeneratie het dan uiteindelijk niet wint .
    Duidelijk niet, want die niche moet vastgehouden tegen alle concurrenten; niches zijn niet stabiel of constant. De soorten om je heen en het klimaat veranderen, en je moet mee. Die soort naast je wil graag een beetje van je niche.

  27. In de zaterdageditie d.d. 23-07-2011 van ons regionaal dagblad (PZC, een van de 17 GPD dagbladen) een groot artikel getiteld: Voorouders, Terug naar onze roots met daarnaast kleinere artikelen getiteld: Spoorzoeken met DNA, hoe werkt dat?/Khoisan: een kijkje in het verleden/Uiteindelijk zijn we allemaal een grote familie. Zo een artikel zal waarschijnlijk NOOIT in het RD geplaatst worden! alleen al vanwege het feit dat daarmede het “sprookje” van ca. 6000 jaar volledig ontkracht zou worden! Meer Engelstalige informatie op http://www.genographic.nationalgeographic.com
    Ik heb deze artikelen (nog) niet op internet gevonden!

  28. Uitspraak uit het verslag in het RD van de door Apologica georganiseerde studiedag:
    “Bij natuurlijke selectie zou de mens, in plaats van een ontwikkeling naar hoger plan, snel degenereren.”

    Gerdiens reactie:
    “Evolutie heeft niet te maken met ontwikkeling naar een hoger plan, en het is onmogelijk om te degenereren door natuurlijke selectie.”

    De uitspraak in het RD is op die manier geformuleerd door de journalist, dat is níet de manier waarop ik het tijdens die studiedag heb geformuleerd. Gerdien reageert in dit geval dus op een stroman.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.