Hoe bestaat het (1)

hoe-bestaat-het2Een paar weken geleden verscheen mijn recensie van het boek ‘Hoe bestaat het’, door Don Batten, David Catchpoole, Carl Wieland en Jonathan Sarfati. Mijn recensie was aardig kritisch, maar ook een samenvatting van een veel langere lijst met kritiekpunten.
Ik wil de komende tijd op ‘Sterrenstof’ door dit boek heen wandelen. Geen pagina-voor-pagina beschrijving, maar gewoon mijn leesaantekeningen eens uitwerken. Waarom? Niet om heibel te schoppen, of geloofsgenoten aan te vallen. Mijn motivatie is:
1) Er staat veel foutieve informatie in dit boek. Wie met foute informatie het christelijk geloof wil verdedigen, is naar mijn idee niet goed bezig.
2) Veel van die informatie gaat al jaren rond via allerlei publicaties, zonder dat ze echt wordt tegengesproken.Voor alle duidelijkheid: doel van deze bespreking is, om te laten zien waar de auteurs van dit boek naar mijn idee uit de bocht vliegen. Ik kom niet altijd en overal met een alternatief. Verder zal ik nog steeds niet alle mogelijke kritiekpunten verwerken, dus als ik iets niet noem, betekent dat niet dat ik het er mee eens ben!

Tijd is altijd een probleem, dus ik wil het hoofdstuk voor hoofdstuk aanpakken. Te beginnen bij – verrassing! – hoofdstuk 1 ‘Hoe kunnen we bewijzen dat God bestaat’.

Goed en kwaad
Dit hoofdstuk begint met de uitleg dat we zonder God reddeloos verloren zijn. Ben ik het als christen mee eens, alleen gaan de auteurs verder door te stellen dat geloofsafval tegelijkertijd ook tot moreel verval leidt. Er is een verband tussen het ontkennen van God en immorele, perverse waarden. Daar valt wel wat op af te dingen. Ten eerste: juist christenen zijn zich als het goed is bewust van hun eigen beperktheid en zondigheid. En ook niet-gelovigen hebben morele codes die soms heel rijk en goed zijn.
Wanneer iedereen zich zou houden aan de Nieuwtestamentische ethiek van de Bergrede, zou de wereld er een stuk beter uitzien. Maar de waarheid is, dat zelfs christenen daar moeite mee hebben.
misdaad-kerkOp blz. 15 staat een figuur die als bewijs moet dienen voor de negatieve morele gevolgen van godsverlating, gebaseerd op Australische gegevens. En inderdaad, in de periode dat het kerkcontact omlaag gaat, gaan jeugdige zelfmoord onder mannen en eigendomsmisdaden omhoog.
Aan dit plaatje zitten echter allerlei haken en ogen. De nauwkeurigheid van de registratie bijvoorbeeld. Opvallend is, dat het aantal ‘eigendomsmisdaden’ sterk stijgt op het moment dat het kerkcontact nog bijna gelijk is (tussen 1950 en 1960). Maar het grootste probleem is, dat een verband in de tijd nog geen causaal verband is. Zet in deze grafiek het aantal auto’s per inwoner, de gemiddelde levensverwachting of de consumptie van gepasteuriseerde melk per inwoner uit, en je krijgt vermoedelijk ook een vergelijkbare correlatie. Of het aantal tv’s. Of het aantal tv-dominees.
Verder wordt gesuggereerd dat Stalin atheïst werd na het lezen van Darwin (blz 14). En dit Darwinistisch atheïsme is de oorzaak van de massamoorden onder Stalin en ook Hitler. Nu vind ik het prima om Stalin en Hitler te gebruiken, om de stelling te bestrijden dat atheïsme leidt tot verlichting en al het goede. Maar dit omkeren (atheïsme leidt tot verschrikkingen) kan niet. Ook christenen hebben wat dit betreft boter op hun hoofd. Moordende en bedriegende christenen geen ‘daadwerkelijke christenen’ noemen (zoals op deze bladzijde gebeurt) is niet fair. En de Kruistochten toeschrijven aan Islamitische onderdrukking (voetnoot blz. 14) is ook een tamelijk discutabel standpunt.

Aarde en sterren
Op blz. 17 wordt de ‘wetenschappelijke nauwkeurigheid van de Bijbel’ besproken. Hier wil men aantonen, dat de Bijbel informatie bevat, die destijds niet bekend kon zijn, maar door de moderne wetenschap is bevestigd. Het probleem met deze redenering is, dat ze als een boemerang terug kan komen: wie met één enkel Bijbels gegeven komt dat niet wetenschappelijk juist is, haalt het hele argument (en daarmee de Bijbel) onderuit. Het is dus een gevaarlijke benadering.
Opvallend is deze uitspraak (blz 17): ‘de aarde hangt in de ruimte zonder ondersteuning (Job 26:7). Deze tekst luidt: ‘Hij hang de aarde op aan het niet’. Los van het feit dat de aarde niet opgehangen is, staan er in hoofdstuk 26 een boel andere uitspraken, die minder goed wetenschappelijke kloppen: schimmen in het dodenrijk bevinden zich onder de zee, de wolken onttrekken Gods troon aan het gezicht, de hemel heeft ‘zuilen’. En elders in de Bijbel wordt gesproken over een aarde die ‘gegrondvest’ is, zodat ze niet zal wankelen.
Nog een punt, op dezelfde bladzijde in voetnoot 11: de sterren zijn niet te tellen (Gen. 15:5). Ha, Ptolemeus dacht dat ze wel te tellen waren (1056) maar nu weten we dat de Bijbel toch gelijk had. In Genesis 15 zegt God tegen Abraham: ga naar buiten en tel de sterren. Dus het ging om de vanaf de aarde met het blote oog zichtbare aantal sterren. En dat zijn er (aldus de wetenschap) 6000. De overige sterren waren voor Abraham niet te zien, maar die kan God hier onmogelijk bedoeld hebben. Vervolgens zegt God tegen Abraham:  Zo zal uw nageslacht zijn. In de redenering van ‘Hoe bestaat het’ moet het aantal nakomelingen van Abraham dus even groot zijn als het aantal sterren – honderden miljarden. Of ontelbaar. Geen van beide is waar. Ook zijn het er geen 6000 geweest. Deze tekst gaat helemaal niet over het exacte aantal sterren of het exacte aantal nakomelingen van Abraham. Het is gewoon de belofte dat Abrahams nageslacht heel groot zou zijn.

Shakespeare
De Bijbel is inspiratiebron geweest van tal van grote kunstenaars, staat op blz. 19. Helemaal mee eens. Maar wat de auteurs niet vermelden is, dat veel van die kunst tegenwoordig niet in een evangelische boekhandel zou mogen liggen. Neem het werk van Shakespeare: moord, overspel, bedrog, toverkunsten…. Harry Potter is er niets bij!

Historische wetenschap
Op blz. 22 en 23 beschrijven de auteurs het verschil tussen experimentele wetenschap en ‘historische wetenschap’. Een veel gehoord argument onder creationisten is, dat alles wat niet via herhaalbare experimenten is te verifiëren, onzeker is. Dus wanneer we het over het verleden van de aarde hebben, interpreteren we vooral, we bewijzen eigenlijk niets. ‘Het gevolg hiervan is dat de conclusies nogal wat giswerk met zich meebrengen.’ En: ‘Bij de historische wetenschap wordt niet zozeer het bewijs in het heden betwist, maar veeleer de gevolgtrekkingen met betrekking tot het verleden.’
Klopt dit onderscheid tussen experimentele en historische wetenschap? Natuurlijk is er een verschil, maar dat is veel kleiner dan in dit boek wordt voorgesteld. Ook historische wetenschap kan feiten blootleggen en voorspellingen doen. De evolutietheorie gaat bijvoorbeeld uit van een gemeenschappelijke afstamming van het leven. Er is dus verwantschap, een gemeenschappelijke basis. In de tijd van Darwin wist niemand nog iets over DNA of erfelijkheid. Toch bleek later dat de gemeenschappelijke basis het doorgeven van erfelijke informatie via DNA (en in virussen soms RNA) is. En dat de genetische code bij alle soorten zo goed als gelijk is.
Daarnaast zijn er natuurlijk de fossielen. Wat opvalt is de ordening van fossielen in de aardlagen. Je vindt nooit konijnen in het pre-Cambrium. En van alle diersoorten uit het Cambrium leeft er niet een meer. Fossielen uit de bovenste (modernste) aardlagen lijken het meest op de huidige soorten. Hoe dieper, hoe vreemder – met uitzondering van enkele ‘levende fossielen’ die het al heel lang uithouden. Die ordening is volkomen in lijn met het idee van evolutie.
Ook overeenkomsten en verschillen in het DNA wijzen op evolutie. Natuurlijk, de overeenkomsten kunnen óók wijzen op een enkele Ontwerper. Maar neem nu dit plaatje:

muis-en-mens
(Uit: De Taal van God, Francis Collins, Ten Have 2006)
Een stukje DNA van de muis en een overeenkomstig stuk van de mens. Genen liggen bij muis en mens (en andere soorten) veelal in dezelfde volgorde, ook al is dat nergens voor nodig. Verder zitten er ook sterke overeenkomsten in niet-functionele stukken DNA, in dit plaatje de ‘Oude Repetitieve Elementen’ (ORE), stukken DNA die zichzelf willekeurig in het erfelijk materiaal kopiëren. Er lijkt geen reden te zijn waarom de Ontwerper dit soort ‘rommel’ gelijk toebedeelt aan muis en mens. Bovendien kan je ook op de overeenkomst in dit soort ‘rommel-DNA’ een stamboom maken, en die blijkt prachtig te kloppen met de verwachte evolutionaire lijn. Dit soort DNA-bewijs is pas de laatste jaren op grote schaal beschikbaar gekomen.
We stoppen jaarlijks grote aantallen misdadigers op basis van forensisch bewijs in de gevangenis. Er waren vaak geen ooggetuigen van de misdaad. Toch zijn we zeker genoeg om mensen langdurig op te sluiten, of zelfs te doden, op basis van zulk indirect bewijs. Soms is indirect bewijs gewoon overtuigend.

Begin
Op blz. 24 staat een mooie redenering:
•    Alles wat een begin heeft, heeft een oorzaak
•    Het heelal heeft een begin
•    Daarom heeft het een oorzaak

Klopt als een bus. Alleen, is de eerste zin waar? Hoe bewijzen we dat? Wie zegt dat? Ook over de tweede zin kan je twisten. Is de oerknal het begin? Maar wat knalde er dan, het zou zo kunnen zijn dat er voortdurend een nieuw heelal ontstaat. Dit is niet per se mijn mening, maar ik wil alleen laten zien dat de redenering zoals die in het boek geformuleerd staat, niet noodzakelijk juist is. Dus bewijst het niets.

Hoofdstuk 1, Appendix

De Natuurwet
Op blz 27 komt de Tweede Hoofdwet van de thermodynamica weer langs: alles neigt naar een zo groot mogelijke wanorde. Maar al snel staat er een rare opmerking: ‘Zonder voorgeprogrammeerd mechanisme of een intelligente actie zullen zelfs open systemen zich bewegen van orde naar wanorde.’ De Tweede Hoofdwet geldt voor gesloten systemen, die geen energie uitwisselen met hun omgeving. Bij open systemen kan er wel uitwisseling plaatsvinden. De aarde is bijvoorbeeld een open systeem, ze verliest warmte maar neemt ook energie op van de zon.
Kan er orde ontstaan uit chaos? Wel, dat is een kwestie van definitie. Wat mijn vrouw chaos noemt, noem ik een overzichtelijk archiefsysteem op mijn bureau. Entropie (de wetenschappelijke term voor ‘chaos’) kan afnemen in een systeem, terwijl er toch orde ontstaat. Natuurwetten laten dit gewoon toe. Door zwaartekracht kan materie samenklonteren, waardoor de druk toeneemt en een ster ontstaat. Een ster heeft meer ‘ordening’ dan de gaswolk waaruit zij is ontstaan. Toch neemt de entropie toe, omdat bijvoorbeeld de temperatuur van het universum door de stervorming een fractie is veranderd.
Op aarde bestaan tal van systemen die zonne-energie omzetten in orde. Fysische processen zorgen voor keurig evenwijdige zandribbels op een strand, voor sortering van zand op korrelgrootte etcetera. Dat de Tweede Hoofdwet het ontstaan van leven in de weg staat, is gewoonweg niet waar. We weten niet hoe het leven is ontstaan, maar het is volgens de natuurwetten niet onmogelijk dat het spontaan is ontstaan.

Levende dingen
‘Een mug die resistent is voor DDT is aangepast aan een omgeving waar DDT aanwezig is, maar de populatie heeft de genen verloren die aanwezig waren in muggen die niet resistent waren voor DDT. Deze muggen stierven namelijk en hebben hun genen niet doorgegeven. Dus natuurlijke selectie en aanpassing brengen verlies van genetische informatie met zich mee.’
Deze passage staat op blz. 28 en is een enorme versimpeling van de werkelijkheid. En de conclusie is gewoon fout. Wanneer er DDT aanwezig is, bestaat er wat biologen ‘selectiedruk’ noemen. De meest gevoelige muggen gaan dood. De minst gevoelige muggen hebben de minste last. Daartussen hebben muggen een beetje last. Het is niet zo dat door het spuiten van DDT alleen muggen met een ‘resistentie-gen’ blijven leven. Het gaat veelal om een complex van genen, waardoor zo’n mug beter kan overleven. Door DDT verandert de frequentie waarmee bepaalde genen voorkomen. Er kan iets verdwijnen, maar alleen in streken waar veel DDT is gespoten. En ‘vluchtoorden’ (refuges) waar geen DDT aanwezig is, kan de ‘oude’ genetische samenstelling blijven bestaan. Zo gaat het eigenlijk altijd bij selectie door omgevingsinvloeden. Die zijn nooit zwart/wit, maar bevatten vele grijstinten.
Verder is het zo, dat resistentie kan ontstaan doordat nieuwe genetische informatie wordt toegevoegd. Dat gebeurt zeer vaak bij bacteriën, die DNA overnemen van andere micro-organismen. In minder mate gebeurt het bij planten en dieren (die via virussen nieuw DNA kunnen krijgen).
De tekst op blz. 28-29 gaat verder door te beweren dat er via mutaties nooit een toename van informatie kan zijn. Dit is niet correct. Het is aangetoond dat er bijvoorbeeld een werkend gen kan ontstaan in een niet-functioneel stuk DNA. Verder kan een gen gedupliceerd worden, waarna de extra kopie een nieuwe functie kan krijgen.

Het staat vast dat er voortdurend nieuwe mutaties ontstaan. Wat selectiedruk doet, is de meest gunstige varianten bevoordelen. Dat kan heel betrekkelijk zijn: sikkelcelanemie bestaat, omdat mensen die drager zijn van de sikkelcel-mutatie minder vatbaar zijn voor malaria. Dat geeft ze een selectievoordeel. Maar wie van beide ouders zo’n gen krijgt, heeft een nadeel, namelijk de potentieel dodelijke sikkelcelziekte. In de aanwezigheid van malaria blijft de sikkelcelmutatie dus aanwezig.

Fossielen
Ik heb al eerder geschreven over de sortering van fossielen. Op blz. 29-30 gaat het om overgangsvormen. Die zouden er niet zijn. Maar ze zijn er wel. Ik verwijs hier maar even naar een website. Er zijn overgangen van vis naar landdier (diverse fossielen waaronder Tiktaalik) of van dino naar vogel, er is een ontwikkelingslijn van olifanten (met dik 160 uitgestorven vormen) en nog veel meer.
Interessant is, dat in deze sectie een brief wordt aangehaald van Colin Patterson van het British Museum of Natural History. Die erkent dat er geen tussenvormen zijn, zo lijkt het. In dit artikel wordt uitgelegd, dat Patterson hier over een zeer specifieke situatie schreef, en dat hij wel degelijk fossiele overgangsvormen kent. Het artikel bevat zelfs een brief van Patterson, waarin hij afstand neemt van het gebruik van zijn woorden door creationisten.
Het selectief citeren wordt ‘quote mining’ genoemd en komt helaas veel voor in creationistische literatuur.

Een jonge aarde?
Is de aarde 6000 jaar jong, of miljarden jaren oud? In mijn boek ‘Gevormd uit sterrenstof’ laat ik verschillende – onafhankelijke – vormen van bewijs zien voor een oude aarde. Hier noemen de auteurs kort een aantal ‘argumenten’ die moeten aantonen dat de aarde jong is. Een aantal komt later nog terug. De aanwezigheid van koolstof-14 in steenkool heb ik eerder op deze website al eerder onderuit gehaald, organische moleculen in fossielen staan beschreven in mijn stuk over ‘vers’ dinoweefsel.

Wel, dat was hoofdstuk 1. Ik doe mijn best binnen afzienbare tijd hoofdstuk 2 onder de loep te nemen.

Please follow and like:

13 gedachten over “Hoe bestaat het (1)”

  1. ‘Zonder voorgeprogrammeerd mechanisme of een intelligente actie zullen zelfs open systemen zich bewegen van orde naar wanorde.’
    Deze stelling heeft trouwens niets met de Tweede Hoofdwet van de thermodynamica te maken: zoiets wordt eronder geschoven in de hoop dat de lezer niet oplet

  2. “Deze muggen stierven namelijk en hebben hun genen niet doorgegeven. Dus natuurlijke selectie en aanpassing brengen verlies van genetische informatie met zich mee.”
    Hier wordt op misleiden de manier gerommeld met ‘gen’ en ‘allel’. De genen zijn er nog: alleen met andere allelen, nl die tot resistentie leiden. De hoeveelheid genetische informatie (als dat gelijk zou staan aan het aantal genen) blijft gelijk.

  3. Een van de auteurs van het “Hoe bestaat het” is de Carl Wieland die in de correspondentie met Patterson genoemd wordt. Wieland moet intussen heel goed weten dat hij verkeerd aanhaalt.
    Probleem is vaak de verwarring tussen ‘overgangsvorm’ en ‘voorouder’. Archaeopteryx is een van de overgangsvormen tussen dino en vogels, maar of het de voorouder van de huidige vogels is is niet vast te stellen. De systematen hebben de formele naam vogel zo vastgesteld dat Archaeopteryx er binnen valt – maar zulke benamingen zijn hogelijk arbitrair.

  4. Het beste met de onderneming trouwens. Het is volledig waar dat dit soort verhalen eindeloos rond blijven zingen, ook nadat ze allang weerlegd zijn. Het moeilijke punt is dat je tegen een volledig gebrek aan informatie aanwerkt.
    Wat dat ‘historische wetenschap’ betreft, ik heb ooit eens iemand gevraagd te bewijzen dat Willem van Oranje bestond. Het antwoord kwam erop neer dat dat niet bewezen hoefde te worden: dat wist je want je had het op school geleerd. Dat is waarom fossielen op school gegeven moeten worden, op de leeftijd dat alle kinderen hun dino’s kennen.

  5. Hoi René,
    Ik heb dit ook maar even gelezen. Misschien vind je het vreemd, maar ik denk dat dit soort boeken het geloof in God geen goed doen. Ik ga het dus ook niet kopen en/of lezen. Ik lees jouw kritiek wel..

    Overigens vraag ik me wel af: Ik meen toch wel dat er voldoende cumulatief bewijs is dat Willem van Oranje heeft bestaan. Net als dat er volgens mij voldoende (cumulatief) bewijs is dat Jezus Christus heeft bestaan én opgestaan is uit de dood.

    groet,
    Arnoud

  6. Ha Arnoud (je overige vragen vergen wat meer lees-tijd). Naar wat ik van je opmerkingen lees, ben ik niet eens heel verbaasd met je oordeel over bovenstaand boek.
    Je vindt dat er voldoende cumulatief bewijs is voor het bestaan van Willem van Oranje. Wel, naar mijn idee is het bewijs voor evolutie evenzeer ‘cumulatief’ of, zoals ik iemand het hoorde omschrijven: het is een ‘tapijtargument’. Losse draadjes trek je zo stuk, maar als ze samengeweven zijn in een tapijt, zijn ze sterk.
    Er is gewoon veel bewijs voor evolutie, oude aarde etc, dat in elkaar grijpt, onderling verweven is. Eén Tiktaalik maakt nog geen bewijs, maar er zijn veel van dat soort tussenvormen die op de juiste plek zijn gevonden. Zo’n soort redenering dus!
    groet,
    Rene

  7. Het idee dat entropie met “orde” in algemene zin te maken heeft, is een populaire misvatting. Entropie heeft met “energy dispersal” te maken; zie http://en.wikipedia.org/wiki/Entropy_%28energy_dispersal%29

    Zoals je zegt, Rene, zijn “orde” en “wanorde” een kwestie van subjectieve perceptie. Dit inexacte taalgebruik heeft veel verwarring veroorzaakt. B.v. dat een slordige kamer een grotere entropie zou hebben dan een opgeruimde. Dawkins heeft wel eens het voorbeeld van een boekenplank genoemd waarop de boeken willekeurig door elkaar staan; ook dat heeft niets met entropie te maken. Entropie heeft met energie te maken, en wel met de verspreiding ervan. De energie van een plank met boeken erop hangt niet af van de volgorde waarin die boeken staan. In de statistische mechanica is entropie een maat voor het aantal microtoestanden dat met de macroscopische toestand (druk, temperatuur, etc.) compatibel is (Boltzmann: S = k ln W) dus hoe lager de entropie hoe lager dit aantal bezette microtoestanden is, dus hoe meer “geordend” het systeem is. In het dagelijks taalgebruik heeft “orde” een veel bredere betekenis, die meestal niets met thermodynamica te maken heeft.

    Daar komt nog bij dat “entropie” ook in meerdere betekenissen voorkomt, b.v. als Shannon entropie (in de informatietheorie) wat de verwarring nog groter heeft gemaakt. Zie b.v. http://www.ccrnp.ncifcrf.gov/~toms/information.is.not.uncertainty.html ; hoe groter het aantal microtoestanden is waarin het systeem zich kan bevinden, hoe groter de onzekerheid over in welke microtoestand het systeem zit – dit wordt vervolgens gegeneraliseerd naar algemene onzekerheid, en dan is de verwarring compleet. De geciteerde site verwijst naar een MIT Open Courseware cursus, waarin blijkbaar zinnen staan als “Second Law states that entropy never decreases as time goes on”. Het hoeft dus niet te verbazen dat veel mensen het spoor bijster zijn; als niet eens professoren van het MIT het begrijpen ….

  8. Nog een toevoeging voor de liefhebber: http://arxiv.org/PS_cache/arxiv/pdf/0708/0708.2837v2.pdf , “The Physics of Information”

    Door dit soort discussies bestaat ook het vage idee dat een molecuul als DNA, dat informatie “bevat”, niet “vanzelf” ontstaan kan zijn: informatie->entropie->2e hoofdwet, dus, eh …. informatie kan niet vanzelf ontstaan. Dat klopt niet, aagezien b.v. boomringen informatie bevatten over de ouderdom van de boom, en die informatie is onstaan door het groeiproces.

  9. @ Roeland: natuurlijk, maar het zijn nog steeds coli-bacteriën. Tegenwoordig accepteert iedere jongeaarde creationist ‘microevolutie’.
    Probleem is natuurlijk dat iedere vorm van evolutie die je in het lab kunt waarnemen, noodgedwongen een kleine evolutionaire stap is. Dus kan het als ‘micro-evolutie’ worden afgedaan.

  10. Ha René,

    Goed dat je het boek gaat bekijken en er hier op je site je aantekeningen gaat uittypen, maar een ding moet je niet vergeten, het is natuurlijk voor het algemene publiek geschreven. Het is goed om je te volgen in je kritiek. Ik ben benieuwd

  11. René,

    Micro- versus macro dat zal komende donderdag als je in Leeuwarden bent misschien wel ter sprake komen. Zo dicht bij kom ik wel even kijken hoeveel geduld jij daarmee hebt. Zelf houd ik me dan heel koest, want ik ben juist in het hanteren van die kloof (gap-management) erg geïnteresseerd.

    Roeland

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.