ID in het Reformatorisch Dagblad

Jos de Keijzer
Jos de Keijzer

Deze week vond ik in het Reformatorisch Dagblad een bijdrage die de Intelligent Design gedachte uitdraagd. De auteur is Jos de Keijzer, masterstudent Christian Thought aan Bethel Seminary in Minnesota (VS). De argumenten zijn bekend, de verwijzing naar flagel en Michael Behe ook.

Ik heb een korte reactie naar de krant gestuurd, die na verdere inkorting (maximum lengte van een ingezonden brief is 300 woorden, voor wie het wil weten) is geaccepteerd en vandaag in de krant verschijnt.

Overigens stond er vandaag een bijdrage van prof. J. van Bemmel (oud rector magnificus van de Erasmus Universiteit Rotterdam) in diezelfde krant. Van Bemmel hanteert ook een soort ontwerpargument, maar op een subtielere manier.

Voor wie het RD niet in de bus krijgt, plaats ik mijn reactie op De Keijzer hieronder. Let wel, er was meer over te zeggen, maar het moest in 300 woorden!

Ontwerp

Jos de Keijzer geeft in de krant van 17 september een goed overzicht van de moderne Intelligent Design beweging. Hij noemt drie ‘bewijsgronden’ voor ontwerp: niet-reduceerbare complexiteit, complex gespecificeerde informatie en de ‘fine tuning’ van het heelal.

Het grote probleem van de ID beweging is dat er geen werkbare definitie bestaat van de beide eerste termen. Wanneer is iets ‘niet-reduceerbaar complex’? Zeggen dat iets nooit bij toeval (lees: door evolutie) kan zijn ontstaan, is immers een negatieve uitspraak. Onze kennis van evolutie is onvolledig. Wellicht verschijnt er binnenkort een sluitende evolutionaire verklaring van het ontstaan van de flagel (er zijn al heel wat ideeën op dat terrein), en wat dan? Is dan het godsbewijs vernietigd? Dat zou toch niet best zijn.

Voor de tweede term geldt iets vergelijkbaars. Tot nu toe heeft de ID-beweging nog geen overtuigend wetenschappelijk onderzoeksprogramma kunnen presenteren, waarin de beweringen over ‘niet-reduceerbare complexiteit’ of ‘complex gespecificeerde informatie’ deugdelijk wordt onderbouwd. Tot dat gebeurt, kan ik ID als tak van wetenschap niet serieus nemen.

De fijnafstemming van het universum is een apart verhaal. Ook hier zijn ideeën over bij kosmologen, die overigens behoorlijk speculatief zijn. Maar de crux is: zodra christenen de natuur of het universum aanvoeren als godsbewijs, verplichten zij zich om iedere vorm van wetenschap die dit nuanceert of verwerpt, te bestrijden. Dat is niet productief, want op die manier zitten christenen voortdurend in de verdediging ten opzichte van wetenschap. En het houdt de – volgens mij volstrekt overbodige – oorlog tussen geloof en wetenschap in stand.

 

Wanneer ik door de natuur loop, dan looft mijn hart de Schepper. Daarvoor is het niet nodig de prestaties van de wetenschap aan te vallen of te ontkennen. Want, om de woorden van kardinaal John Newman (1801-1890) aan te halen: Ik geloof niet in God omdat ik ontwerp zie, ik zie ontwerp omdat ik in God geloof.

 

René Fransen

Bioloog en wetenschapsjournalist

NB: de reactie staat ook online, zie ik net. Handig voor wie mij een ansichtkaart wil sturen…

Please follow and like:

15 gedachten over “ID in het Reformatorisch Dagblad”

  1. Dat een masterstudent “Christian Thought” aan Bethel Seminary in de VS niet beter weet is niet verbazingwekkend.

    Wat me eigenlijk wel verbaasd is dat prof. van Bemmel niet voluit schrijft dat het heelal 13.7 miljard jaar oud is. Dat aanvaardt hij nl.

    Eerder was er een ID stuk van Bart van den Dikkenberg, de wetenschapsredacteur van het RD. Volgens internet (linkedin) is hij afgestudeerd in Wageningen met ecotoxicologie als hoofdonderwerp. Zolang de wetenschapsredactie van RD nog denkt dat een tetrapode een hagedis is, blijf ik betwijfelen of de wetenschapsredactie van het RD voldoende ondergrond bezit om iets over evolutie te zeggen. (Tetrapoden zijn de systematische groep met de vogels, zoogdieren, reptielen amfibieen en fossiele beesten met vier pootjes die er visachtig uitzien. Een hagedis is een tetrapode , maar niet elke tetrapode is een hagedis).

  2. @ Gerdien,

    “Wat me eigenlijk wel verbaasd is dat prof. van Bemmel niet voluit schrijft dat het heelal 13.7 miljard jaar oud is. Dat aanvaardt hij nl.”

    Waar heeft hij dat aanvaard? Heb je een referentie?

    “Zolang de wetenschapsredactie van RD nog denkt dat een tetrapode een hagedis is, blijf ik betwijfelen of de wetenschapsredactie van het RD voldoende ondergrond bezit om iets over evolutie te zeggen.”
    Wanneer heeft de wetenschapsredactie iets dergelijks beweerd?

    @ René,

    “Overigens stond er vandaag een bijdrage van prof. J. van Bemmel(oud rector magnificus van de Erasmus Universiteit Rotterdam) in diezelfde krant. Van Bemmel hanteert ook een soort ontwerpargument, maar op een subtielere manier.”

    Kleine rectificatie: Het was niet de krant van 25 september, dit artikel verscheen een dag eerder in het RD nl. op 24 september.

  3. Een aardig persbericht dat ik gisteren tegenkwam, beschrijft een studie in het tijdschrift PNAS, waarin wordt beschreven hoe complexiteit zou kan evolueren. Opvallend aan het persbericht is dat er openlijk stelling wordt genomen tegen Intelligent Design – vrij ongebruikelijk, volgens mij, maar wel verfrissend.

  4. @ René,

    “Opvallend aan het persbericht is dat er openlijk stelling wordt genomen tegen Intelligent Design – vrij ongebruikelijk, volgens mij, maar wel verfrissend.”

    Toch maken juist dit soort artikelen me erg sceptisch over de mate van “unbiased” zijn van wetenschap. Ik neem aan dat je met verfrissend bedoelt dat het goed is dat men ID argumenten an sich bekijkt, en men er eerlijk voor uitkomt dat hier een antwoord op moest komen. Maar mij valt op dat dat nooit gebeurt in gevallen waar men nog geen antwoord heeft. Wetenschappelijke artikelen beschrijven vaak genoeg waar men kennis tekort komt of waar een redenering mank gaat. Behalve wanneer men daarmee impliciet zegt: hier hebben de ID-ers eigenlijk wel een goed punt. Als dan een ontdekking wordt gedaan die het argument ontkracht blijkt men toch een heimelijk ontzag voor het argument te hebben gehad. Welke argumenten zijn er nog meer stiekem toch sterk? Artikelen als deze worden zijn wat mij betreft pas verfrissend als onderzoekers ook ruiterlijk toegeven wanneer er terechte kritiek vanuit het ID kamp komt, voordat er een tegenargument blijkt te bestaan.

    @ Gerdien,

    weet je nog dat je dat eerstejaars populatie fixatie model uitlegde en gebruikte om te laten zien dat Borger geen gelijk had in zijn schatting van het aantal generaties dat voor een fixatie van een mutatie nodig was? Als ik je model goed begrijp zegt het dat elke mutatie met een hoe klein dan ook maar aanwezig selectief voordeel ooit in de hele populatie gefixeerd wordt. Het artikel dat René noemt stelt dat dat tot aan dit onderzoek helemaal niet het geval leek te zijn:

    “In a paper published in 2000, evolutionary geneticist H. Allen Orr of Rochester came up with additional reasons for the cost of complexity. According to his model, even if a mutation benefits a complex organism, it’s unlikely to spread throughout the whole population and become “fixed.””

    Pas het huidig onderzoek lijkt erop de duiden dat Orr ongelijk heeft. In feite was er tot aan dit artikel dus een goed argument in de literatuur dat meer paste bij Borgers opmerking dan bij jouw model. Hier was ik dus al bang voor: ID is kolder totdat dat bewezen is… Of ben ik nou te achterdochtig?

    Pieter

  5. Het stuk van Van Bemmel heeft sterk het karakter van een persoonlijke geloofsbelijdenis of een getuigenis, waarbij hij de verwondering over de kosmos zoals die door de natuurwetenschappen wordt ontrafeld als uitgangspunt neemt. Lijkt me niets mis mee. Juist vanwege dat persoonlijke (subjectieve) karakter zie ik het ook niet als een ontwerpargument, omdat de argumentaties die ten grondslag liggen aan ontwerpargumenten (zoals ook ID die voorstaat) vooral pretenderen objectief te zijn. Van Bemmels betoog heeft nergens een dergelijke pretentie en ook probeert hij m.i. nergens iemand te overtuigen. Ik heb ooit eens met Van Bemmel een discussie gehad over ID (waar hij toch wel heel positief tegenover stond), maar met dit stuk is m.i. niets mis.

    Wat betreft die Bethel-seminarist, tsja, ik heb het zo langzamerhand wel gehad met dat ID-geneuzel. Als reformatorischen daar zo in vast willen blijven zitten, laat ze dan maar. Ik vind het zo langzamerhand energie- en tijdverspilling om daar nog op te reageren.

  6. @Jan
    1 “Wat me eigenlijk wel verbaasd is dat prof. van Bemmel niet voluit schrijft dat het heelal 13.7 miljard jaar oud is. Dat aanvaardt hij nl.”
    Waar heeft hij dat aanvaard? Heb je een referentie

    In ‘Reflections on Curiosity’, IMIA Yearbook of Medical Informatics 2008, blz 138-143. Wat Van Bemmel daar zegt valt moeilijk anders te lezen. Ik heb de pdf.

    2 “Zolang de wetenschapsredactie van RD nog denkt dat een tetrapode een hagedis is, blijf ik betwijfelen of de wetenschapsredactie van het RD voldoende ondergrond bezit om iets over evolutie te zeggen.”
    Wanneer heeft de wetenschapsredactie iets dergelijks beweerd?

    http://www.refdag.nl/nieuws/fossiele_zoetwatervis_blijkt_hagedis_1_384246
    als commentaar bij:
    G. Niedźwiedzki, P. Szrek, K. Narkiewicz, M. Narkiewicz & P. E. Ahlberg
    Tetrapod trackways from the early Middle Devonian period of Poland
    Nature 463 (7 januari 2010) 43-48

    @Pieter
    Het eerste-jaars selectiemodel gaat ervan uit dat er geen toeval is: de populatie is oneindig groot, en ook bij eerste optreden van de mutatie is er alleen sprake van selectie.

    Als er wel sprake van toeval is kan ook een gunstige mutatie verloren gaan in een van de eerste generaties na ontstaan. Bij een toevalsverdeling van aantal kinderen in de populatie (Poissonverdeling van kinderen per ouder) kan ook een gunstige mutatie in de eerste paar generaties verloren gaan (behalve voor heel grote selectie coefficienten) De kans op fixatie van een gunstige mutatie is 2s, bij een selectiemodel met fitnessen per genotype AA: fitness 1+2s, Aa fitness 1+s, aa fitness 1. Bij mutatiesnelheid m in een diploide populatie van grootte N is de fixatiesnelheid 4Nms. Dit is standaard, van ergens in de dertiger jaren voor de kans op fixatie per mutant tot zeventiger jaren voor de rest.

    In een eindige populatie moet 4Ns>1 zijn wil selectie werken, daaronder overheerst toeval.

    Bovendien is dat per gen, waarbij aangenomen wordt genen geen enkele invloed op elkaar uitoefenen. Ook is er geen aandacht geschonken hoe selectie werkt, dwz, welke eigenschap bij elk genotype hoort en waarom die eigenschap een hogere fitness zou hebben. De onderliggende gedachte is min of meer dat het gaat om 1 eigenschap met een directe lijn naar fitness.

    Bij het model van Orr gaat het om een gen dat alle eigenschappen beinvloedt, en waarbij elke eigenschap door alle genen beinvloed wordt. Een individu heeft 1 fitness waarde; een mutant krijt dan een fitnessverandering die verspreidt wordt over kenmerken – niet met zekerheid alle in dezelfde richting – en en over alle genen – ook niet bekend of dat alles wel in dezelfde richting zou zijn. Zelfs bij een gemiddeld gunstige mutant wordt de selectiecoefficient per gen wordt klein, en verdwijnt in de limiet voor selectie in een eindige populatie. Zoals ook in het abstract van het PNAS stuk staat, dit model is niet gevoed door gegevens over de werkelijke pleiotropiestructuur.
    In het stuk in PNAS wordt gekeken hoeveel genen een eigenschap beinvloeden, en of er clusters zijn per eigenschap. Het antwoord is: er zijn clusters van genen per cluster van kenmerken. Dat geeft een andere opzet voor selectie, die nu aangrijpt op een aantal eigenschappen met bijbehorende genen, een andere set per situatie. Dit is het eerste (of een van de eerste) artikelen die echte pleiotrope patronen op grote schaal beschrijven; dat is pas kort mogelijk. Het interessante is dat de pleiotropie patronen geoptimaliseerd lijken.

    Met andere woorden, Orr maakte een model van een interssante situatie zonder te weten hoe pleiotropie werkelijk in elkaar stak; in plaats daarvan nam hij hanteerbare verdelingen.

    Zonder het persbericht had niemand dit aan ID gekoppeld. De context is de discussie over ‘modularity’ in de evo-devo literatuur. Bij de ‘evolutie van development’ is de opsplitsing van eigenschappen / onderdelen in aparte modules van evolutie intussen een redelijk gevestigd idee.

  7. @Pieter
    ID is sowieso kolder, maar dat zegt Rene al in zijn brief aan het RD: Het grote probleem van de ID beweging is dat er geen werkbare definitie bestaat van de beide eerste termen (niet-reduceerbare complexiteit, complex gespecificeerde informatie).

    Niet-reduceerbare complexiteit, volgens Behe:
    “By irreducibly complex I mean a single system composed of several well-matched, interacting parts that contribute to the basic function, wherein the removal of any of the parts causes the system to effectively cease functioning” (blz 39)
    Zoals al eindeloos opgemerkt is, dat iets in elkaar valt als je er een onderdeel uithaalt is niet hetzelfde als niet geleidelijk opgebouwd kunnen worden. Bovendien, hoe denkt Behe dan wel dat zijn niet-reduceerbare complexiteit ontstaan is? Nooit enig antwoord, uit de hele ID beweging
    ,
    Complex gespecificeerde informatie in nooit gedefinieerd en kan niet tot werkbare biologie omgezet worden. Is ook nooit geprobeerd door ID.

    Wat je steeds duidelijker ziet is klassiek creationistische evolutiebestrijding onder de vlag van ID, maar eigen ideeen uitwerken is er niet bij.

  8. Ha Gerdien,

    Bedankt voor jou zoekwerk. Overigens stond het artikel van Van Bemmel niet op blz. 138 maar op blz. 183, althans zoals mijn pdf zegt. Ik zal het stuk van de Tetrapode lezen en als de wetenschapsredacteur werkelijk een fout heeft begaan is het goed om hem op zijn fout te wijzen.
    Ik denk dat in het artikel tetrapode beter vertaald kan worden door viervoeter in plaats van hagedis.

  9. @Jan:
    Ja, direct van internet krijg ik ook 183, 138 staat op de direct gekregen pdf.
    Er zit wel meer geks in dat kleine stukje in RD: maar ‘viervoeter’ is al veel beter, met de aantekening dat Acanthostega en Ichthyostega ook bij de viervoeters horen.

  10. @ Gerdien

    dank voor het uitgebreide antwoord. Graag zou ik op je tweede reactie reageren, over je eerste denk ik nog na.

    Je schrijft “Zoals al eindeloos opgemerkt is, dat iets in elkaar valt als je er een onderdeel uithaalt is niet hetzelfde als niet geleidelijk opgebouwd kunnen worden.”.

    Ik ken het voorbeeld van het bouwen van de muizenval waarbij alle onderdelen 1 voor 1 toegevoegd worden en elk tussenresultaat een eigen functie heeft. Maar, komt dit in de natuur voor? Ik bedoel, zijn er veel voorbeelden bekend van bestaande complexe systemen die bij toevoeging van een simpel klein stapje een voor het organisme nuttige andere functie zouden kunnen krijgen zonder het te benadelen? De redenering moet opgaan voor alle complexe systemen, en dat zijn er toch gruwelijk veel. Mij schijnt het ID argument behoorlijk sterk…

    Je schrijft verder “Bovendien, hoe denkt Behe dan wel dat zijn niet-reduceerbare complexiteit ontstaan is? Nooit enig antwoord, uit de hele ID beweging”. Dat weet ik niet, maar dat maakt het nog niet een ongeldig tegenargument tegen de evolutietheorie. Ik denk trouwens dat ID zo’n vraagstuk ook per definitie niet kan oplossen: op basis van een auto kun je niet reconstrueren hoe zijn fabriek eruit ziet.

    gr Pieter

  11. @Pieter,
    Met andere woorden, evolutie heeft de verplichting te vertellen hoe zaken ontstaan, ID niet?
    Van de voorbeelden van Behe was bloedstolling al behandeld voordat Behe’s boek verscheen (en zie wat hierover gezegd is op het Dover trial, als ik me niet vergis en bloedstolling en immunosysteem door elkaar haal). Flagellum: zie Matzke in Nature Microbiology. Verder,
    Gishlick, ‘Evolutionary paths to irreducible systems: the avian flight apparatus’, Hoofdstuk 5 in Young & Edis eds, Why Intelligent Design Fails, 2005, Rutgers UP. Er zijn in dat boek nog meer voorbeelden, maar de vogelvleugel heeft het voordeel dat het ontstaan te volgen is in de fossielen.

  12. @ Pieter: De wetenschap kan ID pas serieus nemen, wanneer die beweging ook echte, testbare hypothesen ontwikkelt. De concepten als ‘onreduceerbaar complex’ voldoen daar niet aan. Het is niet te onderscheiden van een ‘argument from ignorance’: ik snap niet hoe dit ontstaan is, dus het zal wel ontworpen zijn.
    De muizenval heeft als analogie een fataal probleem: het ding leeft & groeit niet. Je zou ook kunnen zeggen: je hebt verschillende groottes muizenval, die komen van verschillende machines, dus een verschil in grootte betekent dat exemplaren van een soort verschillende achtergrond hebben.

    Evolutie daarentegen kent een groot aantal bevestigingen – naast een groot aantal open vragen. Maar het probleem is dat je weinig wetenschappelijks kunt zeggen over dingen die je nog niet weet. Die open vragen worden echter niet weggepoetst. Bij het 125-jarig jubileum van Science werd een top-125 gegeven van onbeantwoorde vragen. Daar zat een hele rij evolutievragen tussen.

    @ Gerdien: Als er over gesproken wordt, komt het ontwerp meestal via ‘frontloading’,dwz, genetische informatie is al aan het begin der tijden op een of andere manier in levende materie ingebracht. Denk aan een oerbacterie met een mega-genoom waarin alle biologische eigenschappen al zaten. Dat is biologisch gezien onhoudbaar, natuurlijk.

  13. @ Gerdien, René,

    “Met andere woorden, evolutie heeft de verplichting te vertellen hoe zaken ontstaan, ID niet?” Mag je alleen bezwaren tegen een theorie uiten als je een betere oplossing weet?

    Mijn punt was niet dat de alternatieve verklaringen vanuit ID niet serieus genomen worden; ik begrijp heel goed waarom dat niet gebeurt. Mijn punt was dat de bezwaren die vanuit ID geopperd worden wel serieus genomen lijken te worden als ze weerlegd zijn. Dat er zeker openheid is over veel open vragen had ik zelf ook al aangegeven, maar typische ID argumenten zie ik er niet bij staan (of ik kijk niet goed, dan hoor ik het wel). Maar misschien begrijp ik gewoon verkeerd wat je (René) bedoelt met dat het noemen van ID verfrissend is.

    De voorbeelden bloedstolling en de flagellum bacterie zijn voorbeelden van bestaande ‘systemen’ waarbij onderzocht moest worden of er wel een route bestond van geen systeem naar wel systeem. Het ontdekken van een (soms puur) hypothetische route is trouwens nog geen bewijs dat die route ook gevolgd is. Maar ik bedoelde zelf nog wat anders.

    Als het principe van veranderende functies per toegevoegde substap de manier is waarop dit soort systemen ontstaan, dan moet het toch mogelijk zijn dit waar te nemen in de vervolgontwikkeling van bestaande systemen? Misschien is de tijdschaal hierbij een probleem, maar als we nieuwe stappen niet ‘live’ zien gebeuren, moeten we toch minimaal in staat kunnen zijn vast te stellen wat eventuele volgende stappen in een complex systeem zouden kunnen zijn; waarbij het individu levensvatbaar blijft en de functie van het betreffende systeem zou veranderen.

    Vergelijk het met een schaakbord, waarop een bepaalde gevorderde stelling is opgezet. Dat is normaal gesproken het resultaat van een lange keten aan zetten, die tot de huidige stelling geleid hebben. Het is dan niet genoeg te achterhalen dat het een logisch mogelijke stelling is (de IDM beweert binnen dit voorbeeld in feite dat er in de natuur stellingen voorkomen die niet het resultaat kunnen zijn van een echt schaakspel, net als in de schaakprobleem literatuur – is dit btw echt geen toetsbare hypothese?) om te weten of er werkelijk geschaakt is – de stelling kan ook zo opgezet zijn. Maar als er nog geschaakt wordt (en er is immers geen reden waarom de evolutie ineens voorbij zou zijn), dan verwacht je minimaal dat de huidige bordstanden in de natuur nog legale vervolgzetten hebben.

    Vandaar mijn eerdere vraag dus of hiervan voorbeelden bekend zijn.

  14. @Pieter
    Mijn punt was dat de bezwaren die vanuit ID geopperd worden wel serieus genomen lijken te worden als ze weerlegd zijn.
    Bezwaren van ID worden nooit serieus genomen, in de zin dat er werk aan wordt besteed. ID gaat over politiek in de VS.
    In het PNAS artikel staat geen enkele verwijzing naar ID. Het PNAS artikel heeft een totaal andere context. ID heeft bij mijn weten (wat beperkt is, ik zie alleen de opvallende verhalen) nooit verwezen naar Orr.
    In het persbericht komt ID op de proppen.
    Dat gaat zo:
    Universiteit heeft PNAS artikel, plaatselijke voorlichtingsjournalist heeft uiteraard de taak daar een persbericht van te maken. Journalist hoort woord ‘complexiteit’. Journalist heeft van ID gehoord, en stelt de vraag hoe het met de verhouding tot ID zit; dat is journalistiek een gerechtvaardigde vraag. Onderzoeker zegt dat dit weer eens anti-ID is; is ook zo, maar daar gaat het artikel niet over. Misverstand in de wereld. (Sorry Rene, maar dit is hoe ik denk dat het werkt).
    Overigens, als ik AiG was, zou ik goed met dit artikel uit de voeten kunnen.

    “Met andere woorden, evolutie heeft de verplichting te vertellen hoe zaken ontstaan, ID niet?” Mag je alleen bezwaren tegen een theorie uiten als je een betere oplossing weet?
    Je mag tegen logische fouten bezwaar maken. Verder is geen enkele oplossing geven en er zelfs niet aan doen een oplossing te geven een zwaktebod, vooral als je al 15 jaar aan de weg probeert te timmeren.

    Mijn punt was niet dat de alternatieve verklaringen vanuit ID niet serieus genomen worden; ik begrijp heel goed waarom dat niet gebeurt
    Het punt is dat ID nooit alternatieve verklaringen gegeven heeft, en altijd is blijven steken in: dit aanvaarden we niet, dit kan ik me niet voorstellen.

    Ik noemde expres de vogelvleugel, omdat daar de stadia te zien zijn.

    Als het principe van veranderende functies per toegevoegde substap de manier is waarop dit soort systemen ontstaan, dan moet het toch mogelijk zijn dit waar te nemen in de vervolgontwikkeling van bestaande systemen?
    De tijdschaal is een probleem bij veranderingen buiten, en de verandering van de oecologie heb je nodig en die is ook niet altijd zo voorspelbaar. Een groter probleem is te bedenken waar je heen zou willen bij een vervolgontwikkeling. En misschien wat je een vervolg ontwikkeling zou noemen.
    Dan kom je uit bij experimentele evolutie bij microorganismen. Dit zijn bv classics:

    Title: NUMBER OF MUTATIONS REQUIRED TO EVOLVE A NEW LACTASE FUNCTION IN ESCHERICHIA-COLI
    Author(s): HALL BG
    Source: JOURNAL OF BACTERIOLOGY Volume: 129 Issue: 1 Pages: 540-543 Published: 1977

    Title: EXPERIMENTAL EVOLUTION OF A NEW ENZYMATIC FUNCTION – KINETIC-ANALYSIS OF ANCESTRAL (EBG) AND EVOLVED (EBG+) ENZYMES
    Author(s): HALL BG
    Source: JOURNAL OF MOLECULAR BIOLOGY Volume: 107 Issue: 1 Pages: 71-84

    Title: Predicting evolutionary potential. I. Predicting the evolution of a lactose-PTS system in Escherichia coli
    Author(s): Hall BG
    Source: MOLECULAR BIOLOGY AND EVOLUTION Volume: 18 Issue: 7 Pages: 1389-1400 Published: JUL 2001

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.