Recensie: Grand Canyon, Monument to an Ancient Earth

canyon_boekDe Grand Canyon, de meest spectaculaire geologische formatie in de VS, is al decennia een boegbeeld van het jonge aarde creationisme. Er is hun veel aan gelegen een goede verklaring te hebben voor het ontstaan van de Canyon. De reguliere geologie stelt immers dat er ‘miljoenen jaren’ mee gemoeid waren. Nu zijn die creationistische verklaringen door een groep voornamelijk christelijke deskundigen gewogen – en te licht bevonden.

Er zijn talloze boeken verschenen over de geschiedenis van de Grand Canyon vanuit de reguliere wetenschap. En er zijn boeken en artikelen te over die deze geschiedenis beschrijven vanuit jonge aarde modellen. Wat er niet was, was een kritische analyse van die modellen gemaakt door deskundigen. Onder leiding van Solid Rock Lectures is er zo’n boek gekomen. Een flink aantal christenen – en enkele niet-christenen – met kennis van de geologie geven in twintig hoofdstukken verdeeld in vijf delen een analyse van de ‘zondvloedgeologie’ als verklaring voor het ontstaan van de Grand Canyon.

Consensus

Deze aanpak is bijzonder en ook nuttig. Claims van jonge aarde creationisten vallen vaak dermate ver buiten de reguliere wetenschap dat het – zeker voor een leek – lastig is ze te toetsen. Creationisten komen met vragen en claims waar de reguliere wetenschap weinig tot geen aandacht aan besteedt. En dat niet omdat men een ‘tunnelvisie’ heeft, maar omdat deze vragen en claims voorbij gaan aan decennia tot eeuwen aan consensus.

Dat kan natuurlijk de vraag oproepen ‘maar klopt die consensus wel?’ Daar gaat dit boek over. Het toetst de visie van jonge aarde creationisten en de reguliere geologie aan de observaties in de Canyon. Kun je inderdaad uit dezelfde feiten met verschillende uitgangspunten tot verschillende conclusies komen?

Zondvloedgeologie

De verschillende geologische lagen in de Grand Canyon en daarboven.
De verschillende geologische lagen in de Grand Canyon en daarboven.

Het boek begint met vier hoofdstukken die de Grand Canyon beschrijven en daarna uitleg geven over zondvloedgeologie en de reguliere geologie. Wat direct opvalt zijn de vele foto’s. De Grand Canyon is fotogeniek en daar hebben de auteurs hun voordeel mee gedaan. Vaak zijn het overigens foto’s van de auteurs zelf: ze kennen de Grand Canyon zeer goed.

De hoofdstukken zijn goed leesbaar. Regelmatig plaatsen de auteurs extra informatie in aparte kaders. Zo staat in het hoofdstuk over zondvloedgeologie een kort terzijde over de berg Ararat, de landingsplaats van de Ark van Noach. Het kadertje beschrijft dat deze berg een oude vulkaan is, waarvan de flanken bedekt zijn met sedimentair gesteente waarin zich fossielen bevinden. Dat roept de vraag op hoe in 150 dagen deze hele constellatie heeft kunnen ontstaan.

Dit kader geeft een belangrijke redeneerwijze aan die door het hele boek wordt gebruikt. Zondvloedgeologie stelt dat allerlei geologische processen veel sneller zijn verlopen dan door de reguliere geologie wordt aangenomen. In plaats van trage, laag energetische processen waren er snelle, hoog energetische processen. Een probleem is echter dat tal van processen zich maar lastig laten versnellen, zoals het afkoelen van de hoeveelheid magma die een vulkaan van 5000 meter hoog (de Ararat) produceert.

Paradijs

Nog een kadertekstje: jonge aarde creationisten stellen ook dat onze voorraden steenkool en olie zijn ontstaan tijdens de zondvloed, door de extreme condities die er toen waren. Maar de Bijbel zegt ook dat de Ark met teer is dichtgekit. Het Hebreeuwse woord wijst op een aardolieproduct – dus waar kwam die aardolie voor de zondvloed vandaan?

Een ander probleem voor de zondvloedgeologie dat het boek aanstipt is de locatie van het paradijs. De ‘hof van Eden’ is gelokaliseerd tussen vier rivieren, waaronder de nog steeds bekende Eufraat en Tigris. Een probleem is echter dat er ongeveer acht kilometer sedimentair gesteente tussen de bodem van de huidige Eufraat en het basale (precambrische) gesteente ligt. Een groot deel van dit gesteente valt volgens de jonge aarde creationisten onder de afzettingen van de zondvloed. Hoe kan het dat na de zondvloed de locatie van de Hof nog steeds herkenbaar is?

Gesteenten

Lezen van een 'landschap': in welke volgorde passeerden de fiets, auto en wandelaar?
Lezen van een ‘landschap’: in welke volgorde passeerden de fiets, auto en wandelaar?

Naast dit soort logische argumenten volgen er overigens al snel meer geologische argumenten, gericht op de Grand Canyon. Deel twee van het boek beschrijft ‘hoe geologie werkt’. Welke soorten sedimentaire gesteenten zijn er, hoe kunnen we iets over het verleden te weten komen, hoe werken geologische dateringstechnieken? En wat te doen met ontbrekende stukken uit de ‘geologische kolom’. Dit deel eindigt met uitleg over plaattektoniek en het vouwen van gesteente.

De uitleg is doorgaans goed te volgen. En passent worden diverse creationistische claims besproken en weerlegd, zoals de stelling dat geologen ‘fossielen gebruiken om gesteente te dateren, en fossielen dateren op basis van het gesteente waar ze zich in bevinden’. Stapje voor stapje lees je in dit boek hoe geologen landschappen lezen en verklaren.

Dat lezen van het landschap levert problemen op voor zondvloedmodellen. Want wat doe je met sedimentair gesteente in een ‘zondvloedafzetting’ waarin een rivier is uitgesleten? Er is tijd nodig voor het afzetten en ‘uitharden’ van sediment. Er is tijd nodig voor het uitslijten van een meanderende rivierbedding in deze laag. En er is tijd nodig voor het vullen van de uitgesleten bedding met nieuw sediment. Hetzelfde geldt voor het ontstaan van grotten die daarna weer gevuld zijn met sediment. Je hebt geen dateringstechnieken nodig om te concluderen dat hier tijd voor nodig is, meer tijd dan dat ene zondvloedjaar.

Fossielen

Ook de fossielen vertellen een verhaal dat je kunt lezen. Deel 3 van het boek bespreekt de fossielen in de Grand Canyon. Er zijn aparte hoofdstukken over plantenfossielen (inclusief pollen) en fossiele sporen, zoals pootafdrukken. Ook hier weer kaders over creationistische argumenten. Doorgaans blijkt hieruit dat die argumenten specifieke details uitvergroten en ondertussen het grote plaatje buiten beschouwing laten. Bijvoorbeeld dat je in de aardlagen een duidelijke opeenvolging van soorten ziet.

De auteurs stellen dat creationisten die opeenvolging vaak weglaten uit hun betogen over de Grand Canyon. Koralen en sponzen kom je in veel lagen in de Canyon tegen, maar in de diepe lagen vind je soorten die nu zijn uitgestorven. Hetzelfde geldt voor trilobieten, die voorbij een zeker punt uit het geologische archief verdwijnen. Ook als je kijkt naar planten en bomen zie je dit: diepe lagen bevatten uitgestorven soorten, bloeiende planten (evolutionaire gezien nieuwkomers) vind je alleen bovenin. Claims dat pollen van bloeiende planten in precambrisch gesteente zijn gevonden, zijn zeer dubieus, aldus de auteurs.

Sommige sporen in de Coconino zandsteen komen goed overeen met sporen die je nu kunt vinden op zandduinen in de woestijn. Ook fossiele sporen van regendruppels verwacht je niet in een omgeving van mega-tsunami’s, net als sporen van uitgedroogde grond moeilijk zijn te rijmen met een wereldwijde overstroming.

Luiaardpoep

Uitslijten van een canyon in zacht (links) of hard gesteente.
Uitslijten van een canyon in zacht (links) of hard gesteente.

De vierde sectie in het boek gaat over de vorming van de Canyon – is die uitgesleten door een beetje water over miljoenen jaren, of door veel water in zeer korte tijd. Een aantal illustraties laat zien wat de verschillende modellen voor resultaat moeten opleveren. In het zondvloedmodel is het gesteente nog zacht en dat zou je moeten terugzien in de Canyon: de lagen zouden uitzakken na het uitslijten van de kloof. Conventionele geologie gaat uit van uitgeharde gesteenten en voorspelt geen uitzakking, maar wel stukken vast gesteente die zijn losgekomen. Dat laatste plaatje is wat je terugziet in het veld.

In deze sectie ook een hoofdstuk over sporen van leven in de Canyon. Een grot vol fossiele luiaardpoep (coprolieten) verwacht je niet in een model dat de Canyon snel laat ontstaan. De vegetatie die de luiaards aten is terug te vinden in de coprolieten. Het wijst op een compleet functionerend ecosysteem dat tijdens de vorming van de Canyon heeft bestaan.

Eindoordeel

Na dit alles zal het eindoordeel (sectie 5) niet echt een verrassing zijn: het zondvloedmodel slaagt er niet in de geschiedenis van de Grand Canyon te verklaren. Dat is natuurlijk al vaker betoogd, maar als eerder gezegd, dit boek is uniek omdat hierin deskundigen de twee modellen – reguliere geologie en zondvloedgeologie – tegenover elkaar zetten.

canyon7Tot slot een paar kritiekpuntjes op dit doorgaans prima boek. Allereerst: de auteurs houden weinig rekening met niet-Amerikaanse lezers. Voor hen had er iets meer toelichting kunnen zijn over het hoe en waar van de Grand Canyon. Het is flink puzzelen om alle aardlagen en Canyon-secties te kunnen volgen.

Het tweede punt is dat ook de auteurs van dit boek zich in zekere zin richten op details en het grotere plaatje negeren. Immers, de Grand Canyon is niet de enige geologische formatie op deze aarde. Ik vermoed dat alle mechanismen die zijn bedacht om de Grand Canyon in een zondvloed te laten vormen ook effect hebben gehad op de rest van de wereld. Hoe kon het dat op het Amerikaanse continent kilometers sediment kwamen te liggen waarin op één plek een reusachtige canyon is uitgesleten? Waarom niet meer canyons? Waarom zie je de sedimentlagen niet terug op de zeebodem waar bijvoorbeeld de vulkanische eilandengroep Hawaï is ontstaan? Vermoedelijk levert dit soort vragen nog meer problemen op voor de zondvloedgeologie.

De vraag is natuurlijk hoe ver je moet gaan, hoeveel energie je moet steken in het weerleggen van claims vanuit het jonge aarde creationisme. Het boek dat er nu ligt is al een uiterst overtuigende weerlegging. O ja, en het is ook nog een mooi fotoboek, met goed geschreven teksten.

Op de website Internetmonk.com is ‘Mike the Geologist’ bezig met een uitgebreide bespreking van het boek.

Referentie: The Grand Canyon, Monument to an Ancient Earth: Can Noah’s Flood Explain the Grand Canyon? Carol Hill (Editor), Gregg Davidson  (Editor), Wayne Ranney  (Editor), Tim Helble  (Editor) & others. Hardback, 240 pages, Kregel Publications, 2016, ISBN: 9780825444210

Onder meer verkrijgbaar via Amazon.

canyon_sunset

Please follow and like:

24 gedachten over “Recensie: Grand Canyon, Monument to an Ancient Earth”

  1. Lijkt me een interessant boek, ik hoop het in het voorjaar te kopen. Zomaar een vraagje: wordt het boek ‘Earth’s catastrophic past’ van dr. Andrew Snelling ook besproken.
    En dan nog enkele opmerkingen:

    “Zo staat in het hoofdstuk over zondvloedgeologie een kort terzijde over de berg Ararat, de landingsplaats van de Ark van Noach. Het kadertje beschrijft dat deze berg een oude vulkaan is, waarvan de flanken bedekt zijn met sedimentair gesteente waarin zich fossielen bevinden. Dat roept de vraag op hoe in 150 dagen deze hele constellatie heeft kunnen ontstaan.”

    Welke berg Ararat. De berg in Turkije die ergens in de geschiedenis deze naam heeft gekregen of de daadwerkelijke berg die in Genesis wordt bedoeld?

    “Nog een kadertekstje: jonge aarde creationisten stellen ook dat onze voorraden steenkool en olie zijn ontstaan tijdens de zondvloed, door de extreme condities die er toen waren. Maar de Bijbel zegt ook dat de Ark met teer is dichtgekit. Het Hebreeuwse woord wijst op een aardolieproduct – dus waar kwam die aardolie voor de zondvloed vandaan?”

    Wordt er dan ook ingegaan op de creationistische reactie op dat argument?

    “De ‘hof van Eden’ is gelokaliseerd tussen vier rivieren, waaronder de nog steeds bekende Eufraat en Tigris.”

    Door wie gelokaliseerd? En hoe zeker is die lokalisering? (Ik kan je al vast verklappen: niet heel zeker, omdat de Pison en Gihon ver te zoeken zijn en de vier rivieren ook niet dezelfde bron hebben: een goed argument voor de impact die de zondvloed had op de geografie van de aarde.)

    “De auteurs stellen dat creationisten die opeenvolging vaak weglaten uit hun betogen over de Grand Canyon.”

    Bespreken de auteurs hier ook de behandeling van de Grand Canyon in ‘Earth’s Catastrophic Past”? Dat kun je toch wel zien als een bespreking van de opeenvolging van aardlagen.

    “Sommige sporen in de Coconino zandsteen komen goed overeen met sporen die je nu kunt vinden op zandduinen in de woestijn. Ook fossiele sporen van regendruppels verwacht je niet in een omgeving van mega-tsunami’s, net als sporen van uitgedroogde grond moeilijk zijn te rijmen met een wereldwijde overstroming.”

    Ik hoop dat er in dat gedeelte ook zeer uitgebreid wordt ingegaan op het recente creationistische onderzoek naar het Coconino Sandstone?

  2. Ik ga je niet verklappen wat er allemaal in staat. Wellicht kun je e.e.a. vinden in de uitgebreide bespreking op Internetmonk.com

    Nee, ze halen niet alle creationistische gedachten over ieder punt erbij. Het probleem is dat er altijd weer een andere creationistische visie is.

    Neem de Eufraat/Tigris. Hoe je het ook wendt of keert, de Eufraat en Tigris zijn er nog steeds en worden gebruikt in de Bijbel – je zou zeggen als plaatsbepaling. Maar die rivieren liggen 3 km boven bedrock. Dan zouden het compleet andere rivieren met dezelfde naam moeten zijn. Dat is een tamelijk vergezocht scenario. Maar je kunt altijd vergezochte scenario’s bedenken, inderdaad.

    Verder hoef je niet allerlei zondvloed modellen te bespreken over de Coconino sandstone als je laat zien dat er talloze aanwijzingen zijn voor een aeolische afzetting.

  3. Een kritiek op de zondvloedgeologie is geen kritiek op de zondvloedgeologie als de belangrijkste visies niet besproken. ECP wordt door verschillende creationisten het opus magnum van de zondvloedgeologie genoemd en ‘The Genesis Flood voor de 21ste eeuw’. Als dat boek niet besproken wordt, welk boek dan wel. (Tussen haakjes, ik ben met geen enkele niet-creationistische recensie van ECP bekend.) Ook Coconino Sandstone is een mijlpaal in het zondvloedonderzoek. Als dat niet besproken wordt, wat dan wel? Jaren ’70-argumenten van Burdick over Precambrische pollen en het argument van de cirkelredenering van fossielendatering? Dan is dit boek niet up-to-date.

  4. Weer een voorbeeld van gedegen onderzoek dat aantoont dat het creationistische model, dat niet op empirisch onderzoek maar op een Bijbelinterpretatie is gebaseerd, aan alle kanten tekortschiet. Wanneer zouden creationisten dit eens durven toe te geven? Dan hoeven we niet zoveel tijd meer aan onzinnige discussies te besteden of dino’s wel op de ark aanwezig waren of waar de Hof van Eden eigenlijk lag. Dat zijn theologische beeldverhalen, geen historische beschrijvingen noch vormen deze verhalen een goede basis voor natuurwetenschappelijk onderzoek.

  5. Beste Rene, Zoals de figuur hierboven laat zien, zou een riviertje (de Colorado rivier)met een breedte van enkele tientallen meters in hard gesteente een baan uitslijten van enkele kilometers breed. Dat is toch wat vreemd. Bij de bergbeken die ik in de alpen zie, valt het op dat het water zich redelijk met rechte randen naar beneden wringt, zoals bijvoorbeeld de Trummelbach. Hier is vast een naturalistische verklaring voor. Heb jij die bij de hand wellicht, Rene? Hartelijke groeten!

  6. Dank je, ik dacht in mijn argeloosheid dat je het in een paar zinnen uit zou kunnen leggen, maar als volgens het boek 250 kubieke kilometer water in staat is om 4000 kubieke kilometer gesteente (inhoud Grand Canyon) te verpulveren en weg te spoelen, dan kan ik me voorstellen dat daar een heel hoofdstuk voor nodig is.

  7. @Eppie: daar is een miljoen weggevallen, denk ik zo. Lees 250 miljoen kubieke kilometer water.

  8. Dank je. Lijkt logisch bij een huidig debiet van de Colorado van 630 m3/ sec –> 20 km3/ jr dus 250 x10^6 km3 in pakweg 12.5 Myr. Niet helemaal in overeenstemming met de veronderstelde ouderdom van de Grand Canyon, maar we kijken niet op een decimaal. Blijft natuurlijk de interessante kwestie hoe het komt dat als ergens in de diepte een riviertje stroomt op kilometers afstand horizontaal rotsen die nooit met dat water in contact komen ondermijnen, afbreken en spoorloos in de diepte verdwijnen.
    Hartelijke groeten,

  9. Eppie, denk je dat het ‘riviertje’ werkelijk de enige bron van erosie is?

    Ik heb in de nabijgelegen Esmeralda Canyon eens een namiddags onweer over me heen gekregen – dat was nogal een ervaring die ik niet te vaak wil meemaken.

  10. Dank, Eelco. Zelf inmiddels ook van alles gezien onder debris flow, eddies, tributary… Uiteindelijk sedimenteert het afgevoerde materiaal dan als zand, leem en klei in de stuwmeren. Toen Lake Mead aangelegd werd, was de prognose dat het meer met 200 yr vol zou zijn… Maar inmiddels is de Colorado ingetoomd. Toch in bepaalde delen al een laag sediment van 100 meter dik. Sedimentatie was in de beginjaren 0.1 km3/ yr (van ’35 tot ’48). https://www.nps.gov/lake/learn/nature/sedimentation-lake-mead.htm. Dan zou je maar 40 000 yr nodig hebben om de Grand Canyon uit te hollen.
    Interessant allemaal.

  11. Eh, waar komt die 40000 jaar vandaan?

    “Toch in bepaalde delen al een laag sediment van 100 meter dik.”
    Dat is meer het resultaat van de Hoover Dam, lijkt me zo, als ik het verhaal uit je link goed begrijp.

  12. Beste Eelco, de Hooverdam zorgt er voor dat het materiaal kan zinken en de Colorado rivier voert het grotendeels vanuit de Grand Canyon aan (het vuurrode puntje rechts in de kaartjes. Ik kom op 40000 jaar door de sedimentatie tussen ’35 en ’48 te nemen: 1066400 acre feet en om te rekenen tot km3 => 1.3 km3, dus 0.1 km3/jr en Grand Canyon is pakweg 4000 km3 groot. Dus zou de Colorado in 40 000 jaar de Grand Canyon kunnen leegslurpen met aanvoer vanuit honderden zijriviertjes. Natuurlijk is erosie bijzonder discontinu, afhankelijk van de weersomstandigheden waar je aan refereert.

  13. Volgens mij is de Colorado rivier ‘een beetje’ langer dan het stukje door de Grand Canyon …

  14. Dat is juist. Dat andere “beetje” zal ook bijdragen. De erosie is daar echter wat minder indrukwekkend dan in de Grand Canyon. Al met al is het ook maar een bierviltjesberekening

  15. Goede vraag Ludo, wie zou dat willen? Ik niet in ieder geval. Ik stel niets tegenover, ik probeer te volgen. De “echte geologie” heeft natuurlijk goede redenen voor bepaalde zienswijzen. Het is interessant om daar kennis van te nemen en dat kan m.i. het beste door als leek zelf gegevens te vergelijken en vragen te stellen.

  16. Eppie: “Dat andere “beetje” zal ook bijdragen. ”

    Wel heel wat meer dan ‘ook’. Niet eens een bierviltjesberekening …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.