Theologen over de schepping (2)

200px-bbwarfieldphoto
B.B. Warfield

Inmiddels heeft het Reformatorisch Dagblad de laatste aflevering in de serie ‘theologen over de schepping’ gepubliceerd. Deze keer gaat het over B.B. Warfield. De Amerikaanse theoloog was een aanhanger van het idee dat de oorspronkelijke tekst van de Bijbel absoluut foutloos is. Maar tegelijkertijd liet hij ruimte open voor een oude aarde.

Naar het idee van Warfield kon de eerste dag veel langer dan 24 uur hebben geduurd, het begin van de wereld konden duizenden jaren voor Adam liggen. Ook Charles Spurgeon was die gedachte toegedaan. Hoe kan dat, vraag het RD zich af?
Helaas kiest men hier niet de weg van een diepgravende analyse. De Angelsaksische wereld was onder invloed van “een sterk gevoel van progressie”, aldus dr. P. de Vries (geen nadere aanduiding), die de houding van Barfield voor de krant mag duiden. “Wat wetenschappers zeiden, was waar. Daar komt bij dat de verlichting in het Groot-Brittannië van de achttiende, negentiende eeuw niet het antiklerikale karakter had dat ze elders in Europa vaak wel had.”

Gevallen voor de Verlichting, dus? Jawel, want na deze ‘bewijsvoering’ is de conclusie van De Vries: “Ze (Barfield en Charles Hodge, rf) hielden allebei ook vast aan de historiciteit van het paradijs, de staat der rechtheid, aan de zondeval en de dood die daarvan het gevolg was, aan de zondvloed. Maar op een aantal andere belangrijke punten moet je vaststellen dat zij dwaalden.”

Tjsa, probleem opgelost. Grote theologen en kerkleiders denken dat de aarde ouder was? Zij dwaalden.” Probleem opgelost. Jammer.

Please follow and like:

2 gedachten over “Theologen over de schepping (2)”

  1. P.de Vries is predikant bij de Hersteld Hervormde Kerk in Waarder. Dat stond erbij toen hij tegen mij inschreef in het najaar.
    Her Reformatorisch Dagblad gebruikt de serie voorouderlijke theologen om het eigen gelijk te betogen. Twee vragen komen daarbij op: wat zouden die theologen betoogd hebben bij de huidige stand van de wetenschap, en waarom zou iemand eigenlijk iets uitdoen op wat deze theologen zeiden?
    Het Reformatorisch Dagblad is sterk bezig de grenzen van de eigen subcultuur af te bakenen.

  2. Augustinus kende een meerduidige bijbelinterpretatie (de letterlijke was minder belangrijk, al is het niet zo dat hij een letterlijke lezing naliet). De reformatie rekende af met de meerduidige bijbelinterpretatie omdat de allegorische uitleg afhankelijk was van het gezag van het kerkelijke dogma.

    Het Sola Scriptura-beginsel dat in door de reformatie in het leven werd geroepen leidde echter tot een steeds grotere vorm van bibliolatrie (verafgoding van de bijbel).

    In de Nadere Reformatie komt het idee op dat zelfs de Hebreeuwse vocaaltekens geïnspireerd waren, een heel rationeel onfeilbaarheidsbegrip werd ingevoerd (uit een behoefte tot een zeker principium voor de geloofsleer), weerzin en censuur tegen tekstkritiek (de opvatting dat Hebreeuwse vocaaltekens van later datum zijn dan de consonanten werd beschouwd als een teken van hetrodoxie).

    De letterlijke lezing van de Bijbel had ook een ander gevolg. Namelijk de humanistische traditie die vond dat de bijbel bestudeerd moest worden als elke andere antieke tekst. Dit leverde een boeiende tak van Bijbelwetenschappen op, maar ook de moeilijke vraag: wat is dan de betekenis van de Bijbel voor vandaag en voor mij? De verworvenheden van de moderne bijbelwetenschap kun je denk ik moeilijk negeren, als je er intellectueel integer mee om wilt gaan.

    Kunnen we dan terug achter de Reformatie en achter de Verlichting naar bijvoorbeeld Augustinus en een meerduidige bijbeluitleg? Ik heb zo mijn twijfels.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.