Zo ziet een wereldwijde ramp eruit

In de discussies over ‘zondvloedgeologie’ klinkt nogal eens het verwijt aan ‘gewone’ geologen dat zij niet openstaan voor een wereldwijde ramp als de zondvloed. De praktijk is dat de geologen geen sporen zien van zo’n wereld. Kunnen ze dat dan zien? Jawel.

Een mooi voorbeeld hiervan is de inslag die 66 miljoen jaar geleden een einde maakte aan het tijdperk van de dinosauriërs. Wereldwijd werd op de grens van Krijt en Tertiair een dun laagje met iridium erin gevonden. Iridium vind je doorgaans niet op aarde, het is afkomstig van ingeslagen meteorieten. Zou dat laagje duiden op een hele grote inslag? Voor die hypothese van de Nederlandse onderzoeker Jan Smit (die hoog in de top-tien van minst zichtbare boegbeelden van de Nederlandse wetenschap staat), en diens Amerikaanse collega’s Luis en Walter Alvarez is steeds meer bewijs gevonden.

Nu is er een opvallende vondst van fossielen van vissen en andere dieren die door een tsunami die volgde op de inslag zijn omgekomen en snel bedekt met sediment. Lees even dit mooie verhaal van Maarten Keulemans. Duidelijk herkenbare sporen van een grote catastrofe.

Juist de vondst van deze sporen is een sterk argument tegen een wereldwijde zondvloed: immers, die zou vergelijkbare sporen moeten achterlaten die nog duidelijker zouden moeten zijn. Maar ze zijn er niet.

Zie ook dit persbericht.

Please follow and like:
error

221 gedachten over “Zo ziet een wereldwijde ramp eruit”

  1. Jaap,
    Het evangelie volgens Mattheus wordt gedateerd na de verwoesting van de tempel. Dus er staan geen voorspellingen daarover in.

  2. Bart,

    “Dan is de consensus onder experts dat Daniel ex eventu geschreven is. Als je als niet-expert van die consensus af wilt wijken, moet je met hele goede argumenten komen.Dat doet Kitchen niet, hij komt slechts met mogelijke uitwegen, hoe onwaarschijnlijk die ook zien.”

    Ik vind de uitwegen van Kitchen helemaal niet zo onwaarschijnlijk. Ik zou van jou wel eens gedetailleerd willen vernemen, waar en waarom hij fout zit. Je praat een beetje in het algemeen vanuit de consensus, maar je zult wel weten, dat er onder vele gelovigen een heel andere consensus bestaat.

    “Haushofer en ik kunnen allebei een beetje Hebreeuws lezen en daardoor taalkundige argumenten enigszins op waarde schatten.”
    Ik vermoed dat Kitchen dat ook wel kan. En ik vermoed dat hij door zijn beroep en interesses in het nabije oosten die talen heel goed onder de knie heeft.

    “Ik denk niet dat Kitchen die achtergrond heeft voor het Hebreeuws en Aramees van Daniël.”

    Waarom denk jij dat Kitchen die achtergrond niet heeft? Kun jij zijn verklaringen die hij geeft in het door mij aangehaalde stuk van Daniël weerleggen?

    “De meeste Bijbelwetenschappers zijn zelf gelovig, dus die zullen geen antibovennatuurlijke bias hebben.”

    Daar zou ik maar niet zo zeker van zijn! Heel veel zichzelf gelovig noemende mensen, geloven niet in de wonderen van het Nieuwe Testament en maken, om onbegrijpelijke redenen, alleen voor de opstanding een uitzondering. Of zelfs daar niet voor en noemen zich toch nog gelovigen. Nee, dat is een doorprik-argument.
    Jij verwart dit met het wetenschappelijke principe dat je je eigen geloofsvoorkeuren niet je wetenschap mag laten bepalen.
    Nee, ik weet heel goed dat je dat niet moet doen. Ik heb ook geen aanwijzing gevonden dat Kitchen dat wel doet. Toon het anders maar aan, maar niet met een algemeen beroep op consensus.

    “Jij accepteert ook niet dat de Koran en Veda’s bovennatuurlijk geïnspireerd zijn, al geloven moslims en hindoes dat respectievelijk wel.”

    Dat accepteer ik dus wel, zie mijn antwoord aan Haushofer.
    “Als we nou harde en objectieve gronden zouden hebben voor de bovennatuurlijke oorsprong van de Bijbel, dan zouden wetenschappers daar niet omheen kunnen.”

    Nou, denk maar eens mee over de 70 jaarweken van Daniël 9 in het antwoord aan Gerdien.

    “Waarom zouden we van alle oude boeken de Bijbel een uitzonderingspositie moeten toekennen in het wetenschappelijk onderzoek ernaar? Daar ga je steeds niet op in.”

    Heb ik gezegd dat dat moet, die uitzonderingspositie?

  3. Als ik een drukke week voor de boeg heb zou ik er graag een ‘jaarweek’ van maken!

    Jaap, kun je uitleggen wat een ‘jaarweek’ is? Zoiets maakt je volledige betoog vrij bizar: je gaat van 69 weken naar 69 jaren en zegt dan:
    “Toeval? Dat kan gewoon niet. Hier is duidelijk een profetie vervuld.”

    Ik zou dit (nogal) creatief boekhouden noemen. Weken in jaren veranderen: dát kan gewoon niet.

  4. Dat gegoochel van weken die jaren worden, ben ik eerder tegengekomen en wel onder meer bij de jehovahgetuigers. Een verkrampte orthodoxie die nader onderzoek in de weg staat.

  5. Gerdien,

    Dat het in Daniël om jaarweken gaat is uiterst duidelijk. Daniël zijn profetieën zijn allemaal profetieën over grote perioden, over een aantal rijken, over vele eeuwen en hij heeft het vaak over de eindtijd , het laatste der dagen. Zelfs over de opstanding.

    Wat zou nu een profetie over 70 gewone weken daartussen moeten? 490 dagen? een periode van 16 maanden, ruim één jaar?? Moet Jeruzalem in 7 weken hersteld worden? Moet het daarna slechts 62 weken hersteld blijven? Dit slaat werkelijk nergens op.

    Het kunnen niet anders dan jaarweken zijn. Het is in overeenstemming met het Joods taalgebruik dat je ook elders in de bijbel vindt. Het zijn dus wel degelijk 483 jaren = 476,5 jaren in onze rekening.

    -445 + 476,5= 31, 5. Aangezien de geboorte van Christus in werkelijkheid enige jaren eerder plaatsvond dan het jaar 0, klopt deze berekening wonderwel met het tijdstip dat Jezus werd gekruisigd.

    Het is een profetische voltreffer.

  6. Jaap: “Dit slaat werkelijk nergens op.”

    En ‘jaarweken’ wel?

    Jaap: “Het is een profetische voltreffer.”

    Het is creatief boekhouden. Ik zie trouwens dat ik me vergiste: er zijn van weken (7 dagen) zeven jaar gemaakt.

  7. Jaap,

    Een ‘jaarweek’ van 7 jaren is volledig naast de tekst. De tekst zegt 69 weken, en dat is iets als anderhalf jaar. Genoeg om te herstellen wat de Seleuciden verwoest hadden.

    Dat soort gedoe met ‘jaarweken’ is flauwekul inlegkunde, om een gewenst antwoord te krijgen. Dit is prima facie evidence dat je niet met een wetenschappelijke opstelling bezig bent.

  8. Die jaarweken zijn gebaseerd op het feit dat het Hebreeuwse meervoud anders wordt gespeld. Daar kan ik nog wel in meekomen; letterlijk zijn het “zeventallen”.

  9. Maar dan zeven van wat – uren, jaren, weken, maanden, eeuwen …. dan kun je alles wel invullen voor ‘zeventallen’.

  10. Nou, nee, want in Leviticus 25 wordt volgens mij een soortgelijke constructie gebruikt. Het hebreeuwse woord krijgt een mannelijk meervoud, net zoals een jaar, in plaats van het gebruikelijke vrouwelijke.

    Deze “profetie” kan trouwens ook een belangrijke reden zijn voor veel messiaanse hysterie in de 1e eeuw. Ik geloof dat Josephus zelfs de Joodse oorlog deels toedicht aan deze messiaans verwachtingen.

  11. Maar het is natuurlijk verder net zo’n profetische voltreffer als Nostradamus’ zijn “Hister”.

  12. Gerdien,

    Uit het werk van Irenaeus:

    Against Heresies (Book V, Chapter 25)

    And then he points out the time that his tyranny shall last, during which the saints shall be put to flight, they who offer a pure sacrifice unto God: And in the midst of the week, he says, the sacrifice and the libation shall be taken away, and the abomination of desolation [shall be brought] into the temple: even unto the consummation of the time shall the desolation be complete. Daniel 9:27 Now three years and six months constitute the half-week.

    Deze vroege kerkvader, de tweede generatie na Johannes de apostel, – hij was een leerling van Polycarpus, die een rechtstreekse leerling van Johannes was – zegt al, zoals je hierboven kunt lezen, dat een halve week in de profetie van Daniël drie en een half jaar is.

    Het is trouwens onder mensen die Daniël bestuderen, algemeen bekend. Zelfs Wikipedia vermeldt het.

    En jouw oplossing met de Seleuciden snijdt echt geen hout. Waarom zou Daniël in het jaar 165 BC, temidden van al die grote profetieën, die – volgens jou – achteraf geschreven zijn, het hebben over zo’n onbeduidende gebeurtenis? Een profetie over slechts amper anderhalf jaar? Terwijl hij pretendeert dat hij gevast en gesmeekt en schuldbelijdenis gedaan heeft.. Dan is het antwoord wat hij krijgt totaal niet de moeite waard. Dit is volkomen uit balans t.o.v het gehele boek Daniël.

    Over de drie weken van vasten en bidden van Daniël in hfdst. 10: dat zijn echte weken van 7 dagen en daarvoor wordt het hebreeuws woord voor dagen erbij gebruikt dat in hfdst. 9 ontbreekt. Het is dus overduidelijk.
    Nu zal je dat allemaal heus niet met me eens zijn, maar één ding kun je niet ontkennen: dat 1 week in Daniël 9 een periode van 7 jaar betekent.

  13. Jaap,

    Je oplossing is volledig uit balans met een onweerspreekbare lezing van de profetieën in de laatste hoofdstukken van Daniël, dat het hier om een kloppende weergave van de recente geschiedenis tot ongeveer de opstand van de Makkabeeën gaat, en niet kloppende voorspelling over 1 een oorlog tussen de Seleuciden en Ptolemaeën en 2 de dood van Antinochus Epiphanes gaat.

  14. Jaap,
    Verdere informatie:
    https://en.wikipedia.org/wiki/Prophecy_of_Seventy_Weeks

    “The prophecy has proved notoriously difficult for readers,[1] despite it having been the subject of “intense exegetical activity” since the Second Temple period.[2] For this reason scholars continue to follow James Alan Montgomery in referring to the history of this prophecy’s interpretation as the “dismal swamp” of critical exegesis.[3][4][5] “

  15. Gerdien,

    Inmiddels ben je er dus wel achter gekomen dat 1 week in Daniël 9 duidt op een periode van 7 jaar en niet “‘jaarweek’ is een volslagen verzinsel.” Want ook het artikel dat je linked, gaat daar van uit.

    Ik laat hieronder een conclusie volgen van J. Paul Tanner. Hij heeft een 2-tal artikelen over de materie geschreven:

    https://www.dts.edu/download/publications/bibliotheca/DTS-Is%20Daniel%27s%20Seventy-Weeks%20Prophecy%20Messianic.pdf
    http://paultanner.org/English%20HTML/Publ%20Articles/Daniel's%2070th%20Wk%20-%20BibSac%20Article%202%20-%20Dr%20Tanner.pdf
    Zijn conclusie aan het eind van zijn tweede artikel:

    The seventy-weeks prophecy in Daniel 9:24–27 is one of the most significant messianic passages in all the Old Testament. A survey of interpretations for this passage by early church fathers reveals
    that this passage was overwhelmingly understood as a messianic passage. This has also been the traditional view of biblical commentators throughout the centuries. While one is not surprised
    that critical scholars in more recent centuries have rejected the messianic view (dating Daniel late and interpreting it in light of the Maccabean period), it is surprising to find some notable evangelical scholars rejecting the messianic view.
    However, the historic view of the church rests on solid exegetical ground from which one need not retreat. The j”yvim; in verses 25 and 26 is best understood as referring to the eschatological Messiah, the greater Son of David. If Cyrus or some high priest were in view, the verses would no doubt have been phrased differently.

    Furthermore the link of this passage with Daniel 7:13–14 and the Son of Man suggests that this promised Ruler is undoubtedly in view. This is further confirmed by the goals set forth in 9:24, espe-
    cially that of bringing in “everlasting righteousness.” In the Old Testament prophets this is the expected accomplishment of the Messiah as part of His kingdom blessings, as repeatedly seen in
    Isaiah.

    Those who object to the messianic interpretation have argued that the position of the Hebrew punctuation marker ’atna – ˙ between the numbers in verse 25 demands that the “anointed one” of that verse must come after only seven “weeks” of years following the decree to restore and rebuild Jerusalem, not after sixty-nine “weeks.” Yet a closer examination of the Hebrew ’atna – ˙ indicates that this need not be the case, because the ’atna – ˙ can be used in ways other than indicating a full disjunction. Furthermore the late addition of this punctuation marker (long after the first century A.D.) calls into question how reliable this marker is, since it was not part of the original text and therefore was not inspired.

    Some reject the messianic view by viewing the numbers symbolically, since the numbers seven and seventy were sometimes spiritualized in apocalyptic literature. However, Daniel’s prayer in
    9:4–19 was based on his expectation of exile for a literal seventy years. The divine response to his prayer was that an extended period of God’s chastening on the nation would transpire not in seventy years, but in seventy times seven years. If the first period of the Exile was literal, one should expect the extended chastisement to be literal also. Even early Jewish views of Daniel, both before
    and after A.D. 70, followed a literal understanding of the years involved.
    Daniel 9:24–27 is a glorious messianic revelation of the Lord Jesus Christ, announcing among other things the time of His coming and His death before the cataclysmic events.

  16. Jaap,
    Je blijft exegese verwarren met de gevolgtrekkingen uit gegevens. In exegese is iedereen vrij naar believen te interpreteren, in gevolgtrekkingen uit gegevens niet.

    De vraag is wanneer die laatste hoofdstukken van Daniël geschreven zijn. Dat moet zijn omstreeks 165 BC, want tot omstreeks dan is de ‘profetie’ nauwkeurig interpreteerbaar in het licht van de bekende geschiedenis, en voor de jaren daarna niet. Dus het gaat niet over vervulde profetie, maar over interpretatie van het verleden.

    Wat ‘jaarweek’ betreft, dat kan kennelijk in sommige exegeses (let wel: exegeses) opgevat worden als een periode van 7 jaar. Dat is niet een verplichting. Het is ook niet een verplichting maar een van de exegeses die je boven aanhaalt. Ik heb het niet over exegeses, maar over wat uit de tekst blijkt. (Exegeses mag je daarnaast hebben, maar niet in plaats ervan).

  17. Gerdien,

    “Je blijft exegese verwarren met de gevolgtrekkingen uit gegevens. In exegese is iedereen vrij naar believen te interpreteren, in gevolgtrekkingen uit gegevens niet”

    Ik denk dat ik het verschil wel weet. Zo is het feit dat een week in Daniël 9 een periode van 7 jaar inhoudt, geen exegese zoals jij stelt, maar een gevolgtrekking uit gegevens en wel op taalkundige gronden: vergelijkingen met andere schriftgedeelten, waarin eenzelfde uitdrukking wordt gehanteerd en met een ander hoofdstuk in Daniël, waarin juist een andere uitdrukking wordt gebezigd voor een gewone week van 7 dagen.

    Daarom zijn ook vrijwel alle bijbelgeleerden het daarover eens. Joodse, christelijke en ongelovige. Over consensus gesproken!

    Maar de artikelen van Tanner hierboven zijn inderdaad exegetisch. Ik dacht dat dat toch wel interessant was. Want eenmaal geconstateerd hebbend, dat een week in Daniël 9 een periode van 7 jaren inhoudt, zijn er verschillende exegeses mogelijk.

    De meest voor de hand liggende en dus waarschijnlijkste exegese van Daniël 9 : 25 en 26 is volgens mij deze: Vanaf het moment dat het woord uitgaat om Jeruzalem te herstellen: dat moment is wanneer Nehemia (Neh. 2) volmacht brieven van koning Artachsasta krijgt en begeleiding van een legermacht om naar Jeruzalem te gaan en het te herbouwen. Dat is in 445 BC. Dat is het begin van de 70 jaarweken, De herbouw van Jeruzalem duurt 7 weken is 49 jaar. Daarna blijft het 62 weken is 434 jaar hersteld totdat een gezalfde wordt “afgesneden” (=geëxecuteerd). Totale periode 69 weken is 483 jaar. Omgerekend in onze tijd 476 jaar.

    Natuurlijk zijn er ook enkele andere exegeses mogelijk. Maar deze voldoet m.i. en volgens velen het best aan de tekst in Daniël 9 : 25 en 26.

    Nu en dan is de rekensom eenvoudig dat de bal heel precies naast of zelfs in de hole terechtkomt. Het betreft dan duidelijk de kruisiging van Jezus omstreeks AD 31. Zeer nauwkeurig!

    Je argument:

    “Dat moet zijn omstreeks 165 BC, want tot omstreeks dan is de ‘profetie’ nauwkeurig interpreteerbaar in het licht van de bekende geschiedenis, en voor de jaren daarna niet”

    gaat dan niet op. Nauwkeurigheid hoeft geen bewijs te zijn van pseudoprofetie.

    Die nauwkeurigheid hoeft geen bewijs te zijn dat het in 165 BC geschreven is. Er zijn wel meer nauwkeurige profetieën in de bijbel waar geworden. Denk aan Jesaja 53.

    En als de 483 jaren uit Daniël 7 uitlopen op 31 of 32 AD, dan is dat een loepzuivere profetie. En dat lijkt er heel erg op. Waarom zou Daniel 8 dan ook niet zeer zuivere profetie kunnen zijn?

    Maar dit is geen wetenschappelijk bewijs, dat erken ik natuurlijk.

  18. Toevoeging voorlaatste alinea: waarom zou Daniël 10,11 en12 dan ook geen zuivere profetie kunnen zijn ?

  19. Jaap,
    Dit soort sommen is geen argument. Met inventief rekenwerk kun je alles beweren.

    Terwijl nauwkeurigheid tot een bepaald jaar en onnauwkeurigheid daarna duidelijk de datum van schrijven aangeeft.

    Bovendien geeft https://en.wikipedia.org/wiki/Second_Temple andere jaartallen, omdat er al voor Nehemia met herbouw van de tempel en van Jeruzalem begonnen was. (Als Jeruzalem niet min of meer bewoond was gebleven.)
    Daar dit
    “When the Second Temple in Jerusalem was looted and its religious services stopped, Judaism was effectively outlawed. In 167 BCE, Antiochus IV Epiphanes ordered an altar to Zeus erected in the Temple. He also banned circumcision and ordered pigs to be sacrificed at the altar of the Temple.[18] ” Dat is wat je nodig heb voor de apocalypse van Daniël.

    Met Jesaja 53 ben je weer bezig met exegese.

  20. Jaap,

    De “voorspellingen” zijn nogal globaal totdat het duidelijk over Antiochus IV en zijn ontheiliging van de tempel gaat. Daarna worden de voorspelling héél vaag. Oplossing: Daniel is geschreven ten tijde van Antiochus IV.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.