Overgangsfossiel?

gehoorbeentjesIn Nature van afgelopen donderdag stond de vondst van een nieuw zoogdier fossiel waarbij de gehoorbeentjes nog in een ‘tussenpositie’ zitten. De theorie is dat gehoorbeentjes oorspronkelijk van de onderkaak afkomstig zijn. Evolutie moet dus zowel een verplaatsing als een functieverandering laten zien.

Dit nieuwe fossiel lijkt een gat te dichten in het bewijs dat daarvoor al aanwezig was, zo meldt Science Daily. Wanneer ik dit soort verslagen lees, merk ik steeds weer dat m’n paleontologische kennis niet echt geweldig is. Als ik het goed begrijp, functioneren de botjes hier al als gehoorbeentjes, maar bevinden ze zich nog in de buurt van de onderkaak.

Answers in Genesis heeft nog geen reactie in ‘News to note’, maar dat kan nog komen… Wel een signalering van Paul Garner (jonge aarde creationist), met een link naar een leuk stuk van Todd Wood over overgangsvormen.

Please follow and like:

19 gedachten over “Overgangsfossiel?”

  1. De homologie tussen kaakbotten van reptielen en middenoorbeentjes van de zoogdieren is vanaf 1837 bekend uit de embryologie. De homologie op de volwassen schedelbotten schijnt nog van Richard Owen (1870) te zijn. De fossiele Therapsida (gevonden omstreeks 1910 in Zuid-Afrika) laten de eerste stadia van de overgang zien. Er zijn in de loop van de tijd steeds meer fossiele zoogdierachtigen gevonden, de laatste jaren veelal in China. In
    http://korthof.blogspot.com/2010/12/der-geist-der-stets-verneint-weglaten.html
    geef ik het schema zoals het in het standaardleerboek voor eerstejaars biologiestudenten staat.Campbell & Reece, en de figuur uit Luo 2007. Yanoconodon (gepubliceerd 2007), Maotherium (gepubliceerd 2009), en nu Liaoconodon bevestigen wat men al die tijd gedacht had. De link naar Nature geeft het abstract en ook de plaatjes, alleen niet groot genoeg.
    Todd Wood is grappig omdat hij tenminste het ontstaan van overgangsvormen niet ontkend. Ik ben benieuwd of AiG commentaar geeft.

  2. Functiespecialisatie eerder dan functieverandering: de achterkant van de kaak had al te maken met geluidsoverdracht voordat de botonderdelen een carriere voor zichzelf als gehoorbotjes begonnen.

  3. Er zijn veel mammaliaformes (zoogdiervormigen) ouder dan Liaoconodon (vroeg Krijt, 120 my), ook uitgestorven groepen.
    Castorocauda lutrasimilis (midden Jura) ziet er vagelijk beverachtig uitziet, zijn staart, niet zijn tanden. Castorocauda behoort bij de docodonten groep binnen de zoogdiervormigen. Als je niet alleen de abstract van Ji hebt, maar het hele artikel, zie je een fylogenetische boom waarin de plaats van Castorocauda in de indeling van de mesozoische zoogdieren aangegeven staat. In die figuur staat ook aangegeven waar de zoogdiervormigen beginnen. In die figuur staat ook ‘crown mammals’ aangegeven: de kroongroep, de groep waarin ook alle huidige zoogdieren worden ingedeeld (inclusief eierleggende). Liaoconodon hui hoort binnen de groep ‘crown mammals’, Castorocauda staat buiten die groep. Ook het artikel van Meng geeft een fylogenetische boom, met zowel de plaats van Liaoconodon als Castorocauda in de indeling.
    Repenomamus (beneden Krijt, gezien de vindplaats even oud als Liaonocodon) staat niet aangegeven in de twee eerder genoemde artikelen. Zoals ook in de abstract staat, Repenomamus is een triconodont, en staat dichter bij de huidige zoogdieren in de indeling dan Castorocauda, maar niet binnen de kroongroep waarbij ook de huidige zoogdieren behoren.
    Bij Castorocauda zijn de middenoorbotjes nog volledig vast aan de onderkaak, maar de vorm wordt al die van middenoorbotjes; dus een oor dat minder op dat van de huidige beesten lijkt dan dat van Liaoconodon. Bij Repenomamus is geen beschrijving van oorbotjes gegeven. Repenomamus zit in dezelfde groep als Yanoconodon (vroeg Krijt, zelfde vindplaats weer) (http://www.nature.com/nature/journal/v446/n7133/full/nature05627.html), waar ik in comment 1 naar verwees. Bij Yanoconodon zitten de oorbotjes iets meer aan de onderkaak dan bij Liaoconodon, aan de plaatjes te zien.

    De oudste zoogdiervormigen zijn uit het late Trias / vroege Jura: Sinoconodon, Morganucodon, of Adelobasileus die soms wel en soms niet als zoogdiervormige wordt ingedeeld.

  4. De reacties op de creationistische sites zijn voorspelbaar. twee dingen vallen altijd op: gebrek aan achtergrond bij de schrijvers over fossielen en gebrek aan achtergrond bij de schrijvers over wetenschappelijke manier van uitdrukken.

  5. @ Jan, tsja, alleen ‘verdachtmakingen’. Geen inhoudelijke kritiek en zeker geen verklaring waarom dit zoogdier gehoorbeentjes heeft die vastzitten aan het kaakbot, terwijl dat bij moderne zoogdieren niet zo is…

  6. @Gerdien

    Zijn er bij de Repenomamus wel gehoorbotjes bekent?
    Op de site van Korthof waar je naar toe verwijst zie ik wel de cartilage aan de onderkaak van Repenomamus , maar niet de malleus/incus etc .

    Verder vroeg ik me af of je studies kent die vanuit geluidtechnisch oogpunt kijken naar de reeks van laten we zeggen reptiel naar zoogdier.
    Voor wat betreft geluidsoverdracht zit er wel een heel groot verschil bij de wijze waaop dit bij zoogdieren zit en bijv Liaoconodon .

  7. Ik zag in het artikel over Repenomamus geen gehoorbeentjes genoemd (zoals ik boven ook zei), vandaar dat ik op Yanoconodon uit dezelfde groep overging. De figuur uit Luo die in Korthof’s blog weergegeven staat geeft alleen de plaats van Meckel’s kraakbeen; dat ook uit een gleuf in de onderkaak gereconstrueerd kan zijn (ik kijk dit nu even niet na).

    Voor geluidstechnisch: Er staat het een en ander in Kemp, 2005, The origin and evolution of mammals, Oxford University Press. In Kemp staan verwijzingen, ook over hoe de geluidsoverdracht moet lopen, waar het trommelvlies moet zitten.
    Verder gaat de reeks niet van reptiel naar zoogdier: de zoogdieren worden ingedeeld binnen de Synapsida, en hebben geen reptiele verwanten. Kemp verwijst als gezaghebbend naar een artikel dat laat zien dat in de Synapsida de kaakonderdelen nooit precies zo als in de lijn naar de huidige reptielen (inclusief vogels) gezeten hebben.

  8. Campbell & Reece (zie plaatje op Korthof’s site waar ik naar verwees) geven Dimetrodon een ‘reptilian jaw’ : wat niet erg nauwkeurig uitgedrukt is (leerboeken, soms …). Dimetrodon is een Pelycosaur, een basale Synapside.

  9. Ik heb een klein beetje nagevraagd over geluidsoverdracht bij de dichtstbijzijnde zintuigfysioloog. Geluidsoverdracht gaat bij alle landvertebraten hetzelfde. Het grote punt is dat trillingen in lucht uit de omgeving omgezet moeten worden in trillingen in water in het binnenoor. Vandaar die middenoorbeentjes, of het er nu 1 is of 3. De belangrijkste factor is de grootteverhouding van trommelvlies (buiten) tot ovale venster (binnen); de vorm van de middenoorbeentjes doet er kennelijk wel iets toe, maar dat schijnt minder belangrijk te zijn dan de overbrenging tussen twee trillende vliezen van ongelijke grootte.

    Zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Oor

  10. @Gerdien

    De werking van het zoogdieren oor had ik ook ongeveer zo begrepen. Naast de overbrenging van geluid van trommelvlies naar ovale vlies heeft deze constructie echter (zoals ook in wiki staat)ook de mogelijkheid van demping dmv de spiertjes aan de gehoorbeentjes zodat we heel zacht geluid en hard geluid kunnen waarnemen , iets wat denk ik niet kan met de “starre” verbinding van alleen een stijgbeugel.

    De bedoeling van mijn vraag was echter om een idee te krijgen of de constructie zoals die nu gevonden is in Liaoconodon vanuit geluidstechnisch oogpunt een wezenlijk verbetering oplevert in het horen dan dat bijv van Yanoconodon. Als dat niet zo is wat zou dan de reden kunnen zijn van deze aanpassing?

    Bij het bekijken van de preview van Kemp bij google books zinkt de moed wel een beetje in de schoenen
    Kost zo weer een vakantie, maar misschien valt het stukje over de geluidstechnische kant wel mee .
    In ieder geval bedankt voor de tip!

    Hieronder een link naar een artikel dat o.a wat meer probeert te laten zien over de oorsprong van gehoorbotten in de embryonale fase , Hox genen etc

    http://www.cdb.riken.go.jp/emo/pub/pdf/Takechi_10314.pdf

  11. @Andre
    … in Liaoconodon vanuit geluidstechnisch oogpunt een wezenlijk verbetering oplevert in het horen dan dat bijv van Yanoconodon
    Zoiets is (nog) niet bekeken. Bovendien vergt het expertise in een ander vak, naast precieze reconstructie door paleontologen, dus het kan wel even duren voordat iemand het interessant genoeg vindt om te doen. Naast gehoorefficientie heb je ook kaakefficientie, bijtkracht en dat soort dingen om te bezien. Kemp geeft het principe, maar geen berekenigen over verschillen in efficientie van de verschillende stadia. Min of meer tegelijk met verandering in gehoorbotjes is er verlenging en later oprollen van het binnenoor, dat wil zeggen een breder scala van frequenties.

    Takechi & Turakana ken ik, is leuk verhaal.

  12. Bij definitieve middenoor groeien schedelbotten uit om middenoor heen, zodat het geheel minder kwetsbaar is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.