Gastbijdrage: De lezingen van Stef Heerema over de vorming van zout

Deze bijdrage is geschreven door Leon van den Berg, op deze site welbekend vanwege zijn geologische kennis.

Stef Heerema is een jonge aarde creationist die veel schrijft en spreekt over de vorming van zout in de ondergrond. In tegenstelling tot zo ongeveer alle wetenschappers claimt hij dat zout van vulkanische oorsprong is. Welnu, ik wil in dit artikel laten zien dat vrijwel alles wat hij zegt totale onzin is en grenst aan bedrog. Ik heb één van zijn laatste lezingen (HIER) geanalyseerd waarbij ik mij beperk tot wat hij vertelt over de vorming van zout. Oordeelt u zelf. N.b. steeds als ik “hier” met hoofdletters schrijf bevat het een link.

Stef Heerema bekritiseert het reguliere model voor het ontstaan van zoutpijlers met het argument dat, volgens hem, de sedimentlagen (de overburden van zand klei en kalk) die op de zoutlagen liggen lichter zouden zijn dan het zout, en dat de zoutpijlers daarom niet door dichtheidsverschillen ontstaan zouden kunnen zijn (zie ook verder in dit artikel). In zijn lezing begint hij goed, op 21:25 zegt hij “… zout, dat is bijna 100% Natrium-Chloride (Haliet)…” met een dichtheid 2162 kg/m3. In één van eerste artikelen schreef hij dan ook “The salt structures are composed mainly of sodium chloride (NaCl up to 96%)” (HIER) en dat is ook wat hij HIER in een eerdere lezing zei op 16:10, maar toen beweerde hij, op 27:30 dat die overburden niet zwaarder kan worden dan 2000 kg/m3.

Maar later publiceert hij HIER zelf gegevens omtrent dichtheden van dat sediment waaruit blijkt dat het sediment wel degelijk veel zwaarder kan worden dan 2000 kg/m3 maar nu heeft zout volgens hem ineens een dichtheid van 2350 kg/m3. Hij baseert die hogere dichtheid op zijn idee dat die zoutpijlers voor een groot deel ook uit het zeer zware gips (anhydriet) bestaan. Maar in zoutpijlers komt gips in werkelijkheid vrijwel alleen voor in de “gipshoed”, de bovenste tientallen meters van de soms vele kilometers hoge zoutpijlers. Dat zoutpijlers een gipshoed hebben weet hij zelf heel goed weet, leest u HIER en HIER en kijkt u HIER. Stef Heerema past de getallen aan om zijn kritiek op het reguliere model te redden.

Evolutionisten
We gaan verder met zijn laatste lezing (HIER). Op 22:23 heeft hij het over “evolutionisten”. Waarom toch dat framen? Geologen die zich met zout en zoutpijlers bezig houden baseren zich immers helemaal niet op de evolutietheorie. Enfin, hij laat vanaf 22:19 een tekening zien van wat volgens hem het model is waarmee geologen de vorming van zoutlagen verklaren. Volgens Heerema kan dat niet kan werken omdat het zoutere. zwaardere water terug over de drempel zou stromen. Maar iedereen die wel eens jus uit de kom opschept weet dat de zwaardere vloeistof (water) de neiging heeft om onder de lichtere vloeistof (vet) te blijven zitten. Meer realistische modellen zijn geschetst in de drie plaatjes hieronder. Geologen leiden uit de gegevens af dat dat al deze drie modellen, afhankelijk van wijzigende omstandigheden, soms van toepassing kunnen zijn. We zien dan dat in deze drie modellen:

Model A Hier is er helemaal geen sprake is van terugstroming. Er stroomt continu oceaan-water het bekken in, verdampt daar continu en raakt daar dus oververzadigd waardoor zich een pekelzee vormt net als de Dode Zee (zie HIER) waar zout continu neerslaat. Een pekelzee ter grootte van de Middellandse Zee, of van het Zechstein bekken!

Model B In dat model is er sprake van gedeeltelijke terugstroming en het lijkt wat meer op de tekening van Stef Heerema die beweert dat er met dit model geen zout kan neerslaan. Is dat echt zo? Laten we daarvoor even naar de huidige situatie van de Middellandse Zee kijken. Thans stroomt er continu aan de oppervlakte van de Straat van Gibraltar oceaanwater de Middellandse Zee in, over de bodem van de Straat stroomt zouter geworden water weer terug de oceaan in (zie HIER), over de bodem omdat het zwaarder is. In WOII maakten duikboten daarvan gebruik om zich zo op diepte ongezien en zonder motor in en uit de Middellandse Zee te laten drijven. Het oceaanwater (35 gram zout per liter) is in de Middellandse Zee dan ook zouter geworden, tot 39,5 gram per liter bij Israël, kijkt u HIER. Nog lang niet genoeg om Haliet te laten neerslaan, daarvoor moet het zoutgehalte 400 gram per liter worden, maar we kunnen hieraan zien dat volgens model B oceaanwater in een bekken met terugstroom zouter kan worden. Het enige wat we dan nog nodig hebben voor het laten neerslaan van Haliet is het verschuiven van een paar parameters zoals een verlaging van de zeespiegel, een hogere drempel zodat er weinig of helemaal geen terugstroming meer is, meer verdamping en/of minder instroming van zoetwater via de rivieren. Let wel: thans stroomt er via de Straat van Gibraltar meer water de Middellandse Zee in dan uit (0,05 Sv, zie HIER, wat overeenkomt met het debiet van 20 Niagara watervallen), om de verdamping in de Middellandse Zee te compenseren. Berekeningen hebben laten zien dat zich volgens dit model zoutlagen kunnen vormen. HIERHIERHIER  en  HIER vindt u een paar aardige artikelen.

Model C Dit toont de mogelijkheid dat het bekken door tektonische aktiviteit zodanig afgesloten wordt dat er alleen nog maar instroom is, zoals bijvoorbeeld bij de “Gibraltar Arc”, de bergketen waarvan de Straat van Gibraltar HIER deel uit maakt. Deze situatie kan relatief lang min of meer constant blijven omdat hoe lager het water in het bekken staat, hoe sneller het over de drempel naar binner stroomt, hoe meer erosie van de drempel, hoe meer er in het bekken stroomt, lees HIER. En geologen beweren absoluut niet, zoals Stef Heerema op 24:15 zegt, dat deze drempel steeds omhoog en omlaag gaat. Heerema, die zich HIER in zijn eerste lezingen nog beperkte tot het idee van Ochsenius uit 1877 (!) waar zout zich vormde achter zandbanken, heeft zich helemaal niet verdiept in wat de moderne geologie leert.

Schelpen
Op 24:40 gaat hij in op één van zijn vaste argumenten: “… die vissen … en die schelpen, die vinden we niet in dit zout …”. Inderdaad, en om daarvoor een verklaring te vinden hoeft u maar te denken aan de Dode Zee in Israël, alleen zijn het Zechstein bekken of de Middellandse Zee véél groter. Gigantische pekelzeeën, waarin geen leven mogelijk is, alleen via de drempel of de rivieren kunnen er aan de randen vissen binnenkomen die al snel sterven en nooit het midden van het bekken bereiken. Ook daar heb ik hem al héél lang geleden op gewezen.

Stef Heerema vervolgt zijn toespraak met allerlei niet onderbouwde uitspraken “… Het is bizar om te veronderstellen… uit de duim gezogen … dat is niet redelijk … dat is dus gewoon vulkanisch”. Hij verwijst op 27:48 naar de Ol Doingo Langai vulkaan “… wat er naar boven komt … zout … geologen zien niet dat zout vulkanisch is …”. Zijn geologen echt zo dom? Nou nee, wat er naar boven komt bij de Ol Doingo Langai vulkaan HIER is een ander zout, Carbonatiet, geen Haliet!

Zoutpijlers
Het tweede gedeelte van zijn lezing over zout gaat over de vorming van zoutpijlers. In het reguliere model gaat men ervan uit dat zout naar boven vloeit tijdens de sedimentatie van de bovenliggende sedimenten (“synsedimentair” heet dat) omdat de sedimenten zwaarder worden dan het zout. In dat model houdt men onder andere rekening met twee belangrijke factoren. De eerste factor is dat zout aanvankelijk heel snel compacteert tot zijn maximale waarde van 2162 kg/m3 en dat sedimenten weliswaar veel langer over compactie doen maar, afhankelijk van een heel aantal parameters zoals druk, korrelgrootteverdeling , permeabiliteit en uiteraard tijd, uiteindelijk zwaarder worden en zelfs een maximale waarde kunnen bereiken van ongeveer 2700 kg/m3 voor zand-, klei- en kalksteen.

Een tweede factor is dat onder de heersende omstandigheden in de ondergrond (drukverschil en tijd) zout plastisch kruipgedrag vertoont terwijl de sedimenten bros gedrag vertonen. Denk aan het eten van die onmogelijke lekkernij, de Tompoes. HIER ziet u een tijdschema en HIER en HIER ziet u nog een paar voorbeelden van een zoutpijlers: het zout vloeit, de sedimenten breken, boven de zoutpijler zijn sommige sedimenten dunner of afwezig omdat de zoutpijler tijdens de sedimentatie naar boven komt.

Blubber
In het model van Stef Heerema en Gert-Jan van Heugten HIER vloeit eerst onder water vloeibaar zout horizontaal uit, daarna worden er vloeibare sedimenten op afgezet, en terwijl dat gebeurt (synsedimentair volgens hen) vormen zich de zoutpijlers door de zuigende kracht van het kokende water. Als ik het wel begrepen heb. In zijn lezing vanaf 30:15 legt hij uit wat er volgens hem gebeurd is: “ het gesmolten zout (nadat?) het bedolven is onder zand en klei gaat omhoog in de blubber en vormt zo bergen van 3 km hoog en stolt”. Geen woord over hoe het kan dat er onderwater 3 km hoge zoutbergen ontstaan die netjes rechtop blijven staan in de aanstormende zondvloed, waarom dat zwaardere zout pijlers gaat vormen, waarom die blubber uiteindelijk zulke mooie regelmatige lagen vormt met daarin zorgvuldig gesorteerde fossielen, of waarom, als dat vloeibaar zout lichter zou zijn dan het zand en de “blubber”, eerst netjes blijft liggen als het zand en blubber er overheen stroomt, waarom wij geen contact metamorphose of hydrothermale reacties zien. Hij geeft geen schematische tekening van de achtereenvolgende gebeurtenissen in zijn theorie, geen inschattingen van de dichtheden van zand en blubber

Op 42:44 zegt hij “… uit zout is uitgevloeid… dat kan een vast gesteente nooit doen … een belachelijk verhaal …” In zijn eerste lezingen vertelde hij zelf hoe hij “kruip” had waargenomen in de Asse-mijn en hij publiceerde zelf HIER gegevens van kruip-experimenten op zout.

Op 43:10 laat hij twee figuren waarvan hij het linkse figuur, een experiment, ondersteboven afbeeldt, de correcte afbeelding ziet u HIER (en onder)  en als u goed naar het rechtse figuur kijkt: een horizontale balk van 30 km, die zoutpijler is 5 km hoog dus is de verticale schaal ongeveer 20 keer overdreven. Afgezien van deze “details”: die zoutpijler lijkt op wel wat op dat experiment en een lavalamp. Het lijkt ook op een paddenstoel maar het is geen paddenstoel, het lijkt ook op de ontploffing van een atoombom maar het is geen ontploffing van een atoombom. Maar wat meer is, dat experiment en die lavalamp laat zien hoe een lichtere vloeistof omhoog komt in een zwaardere vloeistof maar volgens Stef Heerema is dat zout juist zwaarder!

Fouten
Nieuwe revolutionaire ideeën zijn in de wetenschap altijd hartelijk welkom, sterker nog, daar zien we naar uit maar daarvoor moet je wel verstand van zaken hebben en een idee goed weten te onderbouwen. En serieus zijn. Stef Heerma is vliegtuigingenieur (ing), geen geoloog maar hij laat zich HIER ook mijnbouwspecialist noemen. Als hij geologie had gestudeerd dan had hij met een beter doordacht en onderbouwd verhaal moeten aankomen. Hij had bijvoorbeeld kunnen beweren dat al die zoutlagen vulkanische as is HIER, dat lijkt mij nog beter die mooie gelaagdheid in zoutlagen HIER te kunnen verklaren alsmede de afwezigheid van hydrothermale reacties.

Ik concludeer dat Stef Heerma vele overduidelijk fouten maak, met gegevens smokkelt, zich niet in de kwestie verdiept heeft en dat hij zijn eigen model niet met bijvoorbeeld getallen en een (Bijbels) tijdschema onderbouwt. Maar hij is dan ook geen geoloog. Zijn lezing over de vorming van zout bevat vrijwel uitsluitend gefantaseer, dat het gefantaseer is kan onze opgroeiende jeugd met één muisklik constateren. Het zegt veel over creationisme en over Logos.

Dit artikel is afkomstig van de site van Leon.

Please follow and like:

106 gedachten over “Gastbijdrage: De lezingen van Stef Heerema over de vorming van zout”

  1. In dit nieuwe stuk slaat Heerema wel erg op tilt, als ik zo vrij mag zijn:
    “De immateriële schade die daarmee aan de samenleving wordt toegebracht, is oneindig ernstiger.”
    “Al met al ondermijnen deze geologische denkbeelden de fundamenten van de samenleving,”

    Poeh. Nou nou. Ik voel het schudden in Beieren. Pffff.

    “Het is beter het advies van geologen niet op te volgen. ”

    Nee, het advies van een vliegtuigingenieur is natuurlijk véél beter.

  2. Heerema:
    “Samen met Van Heugten heb ik in 2018 hierover in de vakliteratuur gepubliceerd.”

    Volgens mij is dat een artikel in een religieus blad (“Journal of Creation”), en dus NIET in de vakliteratuur. Het gaat hierover, als ik het goed zie: http://www.sterrenstof.info/2807-2/

  3. In https://logos.nl/friese-bodem-veert-niet-meer-op-na-ondergrondse-zoutwinning/ schrijft Stef Heerema : « Het verschil bedraagt dus 250 bar; vergelijkbaar met de druk die een gesteentelaag van een kilometer dikte uitoefent. Deze enorme krachten kan het zoutgesteente gemakkelijk torsen ». Er gebeurt kennelijk volgens hem niets. Vervolgens schrijft hij« Door het ondergronds weghalen van zoutgesteente is de drukverdeling verstoord en kruipt het zout langzaam richting de cavernes ». Er gebeurt toch wat : het zout kruipt. Veevolgens schrijft hij « Hierdoor zakt de bodem boven de cavernes in een straal van 3 kilometer. Recht boven de cavernes is de verzakking het grootst. Deze bedraagt enkele tientallen centimeters. Om die reden is in 2004 de productie in twee cavernes gestaakt ». Nee, die bodemdaling was voorspeld maar de productie is gestopt omdat de bodem sneller daalde dan de voorspelling. De kruip ging sneller dan gedacht. Wat verder schrijft hij « Steenzout blijkt niet zo stroperig als gedacht; het gedraagt zich als een vast gesteente ». Nee, het omgekeerde is het geval, het gaat juist sneller. Waarom de opvering achterwege bleef is een interessante vraag. Volgens de deskundigen komt het door een ander deformatie-mechanisme, drukoplossing in plaats van dislocatiekruip. Hij schrijft « Het zout kan zich niet verplaatsen vanuit de lagedruk- naar de hogedrukzone ». Dat is nu juist kruip-gedrag, het kan zich wél verplaatsen. Hij geen geen enkele onderbouwing waarom dat niet zou kunnen, hij roept maar wat. Hij schrijft « Steenzout blijkt echter keihard ». Dat blijkt nergens uit.

    In https://logos.nl/zoutvloei-kwam-alleen-in-het-verleden-voor/#easy-footnote-bottom-1-32968 schrijft hij « De lokale vervorming van het zout is het gevolg van zoutkruip, niet van zoutvloei ». Zoutkruip is zoutvloei ! Hij schrijft « Kruip is een langzaam toegeven aan een grote kracht, waarbij het zoutgesteente niet bezwijkt en zijn (door water verzwakte) sterkte behoudt ». Ah, een nieuwe definitie van kruip ! Het verzwakt, het kruipt maar het behoudt zijn sterkte… «  Geologen daarentegen geloven dat steenzout zijdelings als een vloeistof toevloeit en zo bodemdaling voorkomt ». Nee geologen (en mijnbouwers zoals die in de Asse-mijn die hij zelf bezocht heeft) denken, of beter gezegd weten, dat zout (zijdelings) kruipt. Lees bijvoorbeeld het eerder aangehaalde artikel https://agupubs.onlinelibrary.wiley.com/doi/full/10.1002/2016JB012892
    « In 2009 en 2015 heb ik in vakliteratuur onderbouwd dat zout een vulkanisch gesteente is ». Hij bedoelt een creationistische website en een artikel in het Nederlands in een blad voor amateur-geologen dat ontsnapt was aan aandacht van de redactie, een artikel met foute gegevens (zout, Haliet, weegt 2160 kg/m³) en een mede daardoor uit de lucht gegrepen conclusie. « Geologen … ondermijnen … de autoriteit van Gods Woord ». Wat zal ik zeggen…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.